Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Dit naar aanleiding van een vonnis van 7 juli 2022 dat ontruiming toestaat. Verweerster, de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Koopvaardij, verzet zich tegen het moratorium omdat verzoeker al maanden geen huur betaalt.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie gezien de aangekondigde ontruiming. De wet beoogt met het moratorium een adempauze te bieden zodat schuldenaren een regeling kunnen treffen. De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te vervolgen, tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
Verzoeker heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de huurbetalingen vanaf augustus 2022 zijn voldaan en dat toekomstige termijnen kunnen worden betaald, mede dankzij borgstelling en een bijstandsuitkering. Ook is een openstaande factuur betaald gekregen, wat extra financiële ruimte biedt. Daarom weegt het belang van verzoeker zwaarder en wordt het moratorium toegewezen onder voorwaarden.
Daarnaast verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject naar verwachting niet snel zal zijn afgerond. De voorziening geldt voor zes maanden en wordt gekoppeld aan tijdige betaling van de huur.
De ontruiming wordt opgeschort en de huurovereenkomst verlengd voor de duur van de voorziening. Schuldhulpverlening moet uiterlijk twee weken voor afloop verslag uitbrengen aan de rechtbank.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratorium toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder de voorwaarde van tijdige huurbetaling.