ECLI:NL:RBROT:2022:8328
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek kwijtschelding te veel ontvangen toeslag Waz-uitkering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om zijn verzoek om kwijtschelding van een vordering wegens te veel ontvangen toeslag bovenop zijn Waz-uitkering af te wijzen. Het primaire besluit dateert van 16 september 2021, en het bezwaar is op 4 november 2021 afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 21 september 2022 behandeld.
Verweerder heeft een openstaande vordering van €31.369,07 vastgesteld en het maandelijkse aflossingsbedrag vastgesteld op €83,-. Eiser voert aan dat hij vanwege zijn AOW-uitkering niet in staat is dit bedrag te betalen en verzoekt om volledige kwijtschelding. De rechtbank oordeelt dat verweerder wettelijk verplicht is de onterecht betaalde toeslag terug te vorderen en dat eiser niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor kwijtschelding zoals opgenomen in artikel 20 van Pro de Toeslagenwet.
De rechtbank wijst erop dat het besluit van 16 juli 2021 onherroepelijk is omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt. De rechtbank kan daarom niet oordelen over de hoogte van het maandbedrag. Verweerder heeft ter zitting toegezegd dat eiser de mogelijkheid krijgt om een verzoek tot herbeoordeling van het termijnbedrag in te dienen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om kwijtschelding wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.