ECLI:NL:RBROT:2022:8218
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor eigen arbeid en weigering Ziektewetuitkering
Eiseres, werkzaam als productiemedewerker tuinbouw, meldde zich op 6 mei 2019 ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Na een verzoek om een WIA-uitkering werd vastgesteld dat zij geschikt was voor ten minste 65% van haar maatmaninkomen via verschillende functies. Na een nieuwe ziekmelding op 16 juni 2021 en medisch onderzoek concludeerde een verzekeringsarts dat haar belastbaarheid niet wezenlijk was veranderd en dat zij geschikt bleef voor haar eigen werk of vergelijkbare functies.
Verweerder besloot daarom op 13 september 2021 de Ziektewetuitkering te beëindigen. Eiseres maakte bezwaar, maar de heroverweging bevestigde het eerdere besluit. De rechtbank beoordeelde het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig en vond geen aanleiding om af te wijken van de conclusie dat eiseres geschikt was voor haar arbeid.
De rechtbank wees het beroep van eiseres af en bevestigde dat zij geen recht heeft op de Ziektewetuitkering vanaf 16 juni 2021. Tevens krijgt zij het griffierecht niet terug en worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres terecht geschikt is bevonden voor haar eigen arbeid, waardoor de Ziektewetuitkering wordt geweigerd.