ECLI:NL:RBROT:2022:6987
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid verzoekschrift voorlopig getuigenverhoor afgewezen en zaak verwezen
De kantonrechter in Rotterdam ontving op 10 augustus 2022 een verzoekschrift van verzoeker tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor van verweerster, die niet is verschenen in de procedure. Verzoeker stelt dat verweerster op 28 januari 2020 een valse aangifte deed, wat leidde tot zijn onrechtmatige aanhouding op 30 april 2020, met als gevolg inkomensverlies en reputatieschade. Hij overweegt een procedure te starten voor een verklaring voor recht, schadestaat of aansprakelijkheid.
De kantonrechter beoordeelde ambtshalve de relatieve bevoegdheid op grond van artikel 110 lid 1 Rv Pro en artikel 187 Rv Pro. Omdat verzoeker verweersters woonplaats in de gemeente Waterland situeert, is de rechtbank Noord-Holland in beginsel bevoegd. Tevens is de rechtbank Amsterdam mede bevoegd vanwege het schadebrengende feit in Amsterdam. Er zijn geen aanwijzingen voor bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam.
De kantonrechter concludeert dat zij vermoedelijk niet bevoegd is voor de hoofdzaak en ook niet de absoluut bevoegde rechter is. De zaak wordt daarom verwezen naar de kantonrechter van Rechtbank Noord-Holland, die bevoegd is gezien het geldelijk belang onder € 25.000. De procedure wordt in de bestaande stand voortgezet.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter van Rechtbank Noord-Holland.