Uitspraak
1..Inleiding
2..Procesverloop
3..Adviezen
4..Standpunt van partijen
5..Beoordeling
6..Beslissing
1 (één) jaar;
ten hoogste drie maanden;
Rechtbank Rotterdam
De terbeschikkingstelling van de betrokkene, opgelegd wegens ernstige delicten waaronder verkrachting en bedreiging, is sinds 2001 van kracht en werd in 2020 voor twee jaar verlengd. De rechtbank ontving in juni 2022 een vordering tot verlenging en behandelde deze op 4 augustus 2022.
Diverse deskundigen, waaronder een psychiater, psycholoog en de inrichting, adviseerden verlenging van de maatregel met één tot twee jaar, afhankelijk van de mogelijkheid tot een voorwaardelijke beëindiging. De inrichting benadrukte het risico van recidive en het gebrekkige probleeminzicht van de terbeschikkinggestelde.
De rechtbank achtte verlenging met één jaar noodzakelijk vanwege de veiligheid en het blijvende psychiatrische risico. De beslissing over de dwangverpleging wordt maximaal drie maanden aangehouden om de reclassering te laten onderzoeken onder welke voorwaarden een voorwaardelijke beëindiging mogelijk is en hoe terugkeer in de maatschappij kan worden vormgegeven.
De zaak wordt voortgezet na ontvangst van het reclasseringsadvies, waarbij ook de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw en deskundigen worden gehoord. Tegen deze beslissing is beroep mogelijk samen met het beroep op de beslissing over de voorwaardelijke beëindiging.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar en houdt de beslissing over de voorwaardelijke beëindiging maximaal drie maanden aan voor nader reclasseringsonderzoek.