Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde 1] ,
1..De procedure
- de dagvaarding van 4 juli 2022, met bijlagen;
- de brief, met uitstelverzoek, van [gedaagde 2] van 11 juli 2022, met bijlagen.
2..Het geschil
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen om de woning te ontruimen en te verlaten;
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen € 8.760,- aan huurachterstand over de maanden november 2021 tot en met juni 2022 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente van € 57,66 tot aan 14 juni 2022 en te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 14 juni 2022 tot aan de dag van voldoening;
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen om aan haar, onder voorbehoud van huurverhoging, te betalen € 1.095,- voor iedere maand na de maand juni 2022 dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijven, een ingegane maand te rekenen voor een gehele;
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten met rente;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.