ECLI:NL:RBROT:2022:6434
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en ontbreken verzetgronden tegen herzieningsuitspraak
Opposant heeft verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam, welke op 23 februari 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. Hiertegen stelde opposant verzet in, dat op 28 juli 2022 werd behandeld, waarbij opposant niet verscheen.
De verzetrechter beoordeelde of het verzoek terecht zonder zitting was afgedaan en of het verzet gegrond was. Het verzet was echter te laat ingediend, aangezien het binnen zes weken na verzending van de uitspraak (25 februari 2022) moest zijn ingediend, dus uiterlijk 8 april 2022, terwijl het verzetschrift op 11 april 2022 binnenkwam. Tevens kon de verzetrechter geen inhoudelijke gronden van verzet vinden in de ingediende stukken.
Opposant werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld om alsnog gronden van verzet aan te dragen, maar dit bleef uit. Hierdoor voldeed het verzet niet aan de wettelijke minimumvereisten en werd het niet-ontvankelijk verklaard. De eerdere buiten-zittinguitspraak van 23 februari 2022 blijft daarmee ongewijzigd van kracht.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en ontbreken van verzetgronden, waardoor de eerdere uitspraak blijft staan.