ECLI:NL:RBROT:2022:6016
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitkering kindsdelen wegens niet-opeisbare situatie volgens testament
Op 25 mei 2011 is de erflater overleden, die een ouderlijke boedelverdeling had ingesteld waarbij zijn echtgenote en drie kinderen tot erfgenamen waren benoemd. De bewindvoerders van de goederen van de echtgenote verzochten om machtiging tot uitkering van de kindsdelen om de kosten van haar verblijf in een verpleeghuis te dekken.
De kantonrechter beoordeelde het testament van de erflater, opgemaakt op 7 februari 1986, waarin de kindsdelen alleen opeisbaar zijn bij overlijden, hertrouwen, faillissement, surséance van betaling of curatele van de echtgenote. Noch een onderbewindstelling, noch verblijf in een verpleeghuis zijn als opeisbaarheidsgrond opgenomen.
De kantonrechter concludeerde dat de gevraagde uitkering niet kan worden toegestaan omdat de situatie van de echtgenote niet valt onder de in het testament genoemde voorwaarden. Er zijn geen andere gronden gesteld die de uitkering rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot uitkering van de kindsdelen wordt afgewezen omdat het testament geen opeisbaarheidsgrond bevat voor verblijf in een verpleeghuis of bewindvoering.