In het strafrechtelijk onderzoek naar witwassen via cryptotransacties legde het Openbaar Ministerie op grond van artikel 96a Sv beslag op cryptovaluta op een adres bij Binance. Klager diende een klaagschrift in ex artikel 552a Sv tegen dit beslag, stellende dat het beslag onrechtmatig was vanwege het ontbreken van bevoegdheid en dat teruggave gerechtvaardigd was omdat het beslag niet langer bijdraagt aan het onderzoek.
De officier van justitie stelde dat klager vermoedelijk betrokken was bij witwassen via het verdachte account, mede door ontvangst van bitcoin uit een mixer, en dat een strafzaak tegen klager zal worden gestart. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende is komen vast te staan dat klager de gebruiker was van de verdachte accounts en deelnemer aan de chats die het OM aanvoert.
De rechtbank benadrukte dat het onderzoek naar het klaagschrift summier is en dat niet in de uitkomst van een mogelijke hoofdzaak kan worden getreden, maar vond dat de officier van justitie onvoldoende bewijs heeft geleverd om het beslag te rechtvaardigen. Daarom werd het klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave van de opbrengst van de vervreemding van de cryptovaluta bevolen.