Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het verstekvonnis van 29 september 2021 en de daarin genoemde processtukken,
- de verzetdagvaarding, met een productie,
- de conclusie van antwoord in verzet, tevens akte eisvermeerdering, met producties,
- de brief van de rechtbank van 8 maart 2022 en het e-mailbericht van de rechtbank van 9 maart 2022 met het verzoek aan partijen om een aantal producties over te leggen,
- de akte (brief van 22 maart 2022) van de vrouw met producties,
- de mondelinge behandeling op 7 april 2022,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, houdende een gedeeltelijke schikking tussen partijen,
- de berichten van beide partijen na de mondelinge behandeling dat het geschil voor wat betreft de gemeenschappelijke bankrekening inmiddels alsnog onderling geregeld is, zodat op dat onderdeel een beslissing niet meer nodig is (B-formulier van de advocaat van de vrouw van 5 mei 2022 en een B-formulier van de advocaat van de man van 5 mei 2022).
2..De feiten
3..Het verstekvonnis, de vorderingen en de weren
4..De beoordeling
.Als extra voorwaarde zal worden bepaald dat de man aan de vrouw haar vordering van € 11.475 met wettelijke rente en de achterstallige kinderalimentatie zal betalen, uiterlijk op het moment dat de woning op zijn naam komt. De rechtbank acht het niet billijk dat de man financiële verplichtingen zou aangaan voor het overnemen van de woning zonder zijn schulden aan de vrouw te voldoen. Mocht de man niet of niet tijdig aan deze voorwaarden voldoen, dan dient de woning verkocht te worden aan een derde.