ECLI:NL:RBROT:2022:5679

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
12 juli 2022
Zaaknummer
71/037050-22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen van witwassen met een contant geldbedrag van € 309.790,-

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 22 juni 2022 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van medeplegen van witwassen. De verdachte, geboren in [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte], was ten tijde van het onderzoek preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Ter Apel. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte op 11 februari 2022 samen met een medeverdachte, die met een andere auto reed, betrokken was bij het vervoer van een grote hoeveelheid contant geld, te weten € 309.790,-, dat in een boodschappentas in de auto van de verdachte werd aangetroffen. De rechtbank heeft de verklaringen van de verdachte als niet geloofwaardig beoordeeld, omdat deze inconsistent waren en niet strookten met de observaties van de politie. De rechtbank concludeerde dat zowel de verdachte als de medeverdachte wetenschap hadden van de aanwezigheid van het geld en dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, waarbij rekening is gehouden met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De rechtbank heeft ook de inbeslaggenomen voorwerpen beoordeeld en de teruggave van een klein geldbedrag aan de verdachte toegewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer voor strafzaken.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2
Parketnummer: 71/037050-22
Datum uitspraak: 22 juni 2022
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de
Penitentiaire Inrichting Ter Apel,
raadsman mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2022.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. G.H. Rip heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek van voorarrest;
  • met betrekking tot de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen die als bijlage III aan dit vonnis is gehecht:
- verbeurdverklaring van het geleidebaken onder 2;
- onttrekking aan het verkeer van de personenauto onder 3.

4..Waardering van het bewijs

4.1.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit en heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte nimmer het door de politie in de Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 1] (hierna de grijze Volkswagen Passat) aangetroffen contante geldbedrag voorhanden heeft gehad. Het is op grond van het dossier mogelijk dat het geld in dit voertuig terecht is gekomen nadat de verdachte de grijze Volkswagen Passat heeft overgedragen aan de medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna de medeverdachte [naam medeverdachte]) op de Keizersgracht in Amsterdam. De politie heeft de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte] in het vizier gehad vanaf 14:49 uur tot het vertrek van de medeverdachte [naam medeverdachte] van de Keizersgracht in Amsterdam om 18:46 uur. De duur van een autorit vanaf deze locatie tot de plaats van aanhouding van de medeverdachte [naam medeverdachte] op de Verzorgingsplaats Den Ruychenhoek langs de A4 om 19:35 uur ligt doorgaans tussen de twintig en veertig minuten, maar de medeverdachte [naam medeverdachte] deed hier bijna vijftig minuten over. Medeverdachte [naam medeverdachte] had dus minimaal tussen de tien en dertig minuten de gelegenheid om ergens te stoppen en het is goed mogelijk dat het geld op dat moment in de auto van de medeverdachte [naam medeverdachte] terecht is gekomen.
4.2.
Beoordeling
Vaststaande feiten
De rechtbank stelt op grond van het verhandelde ter terechtzitting en het dossier de volgende feiten en omstandigheden vast.
Blijkens de observaties van de verbalisanten reed de verdachte op 11 februari 2022 omstreeks 14:49 uur op de A4 met de grijze Volkswagen Passat richting Amsterdam. Hij werd kort daarna gevolgd door de medeverdachte [naam medeverdachte] die met een zwarte Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 2] (hierna: de zwarte Volkswagen Passat) in dezelfde richting reed. Beiden reden naar het centrum van Amsterdam en parkeerden omstreeks 15:30 uur op de Keizersgracht in Amsterdam.
De medeverdachte [naam medeverdachte], gekleed in een zwarte jas, stapte uit de zwarte Volkswagen Passat en de verdachte, gekleed in een witte jas, stapte uit de grijze Volkswagen Passat.
Beide mannen bleven daarna ruim drie uur bij hun voertuigen op de Keizersgracht. Zij stapten met enige regelmaat in en uit hun voertuigen zaten meerdere keren bij elkaar in hetzelfde voertuig. Als de mannen buiten het voertuig stonden, keken ze voortdurend om zich heen. De medeverdachte [naam medeverdachte] vertrok omstreeks 18:46 uur vanaf de Keizersgracht met de grijze Volkswagen Passat en de verdachte deed dit met de zwarte Volkswagen Passat omstreeks 19:13 uur.
Omstreeks 19:34 uur werd de medeverdachte [naam medeverdachte] door de politie op de A4 ter hoogte van Hoofddorp aangehouden. De verbalisant zag in de grijze Volkswagen Passat achter de passagiersstoel een volle boodschappentas van Albert Heijn met dichtgeknoopte hengsels staan. De verbalisant haalde de hengsels uit de knoop en zag dat de tas was gevuld met stapels eurobiljetten. Bij telling bleek het in totaal om € 309.790,- te gaan.
De verdachte werd als bestuurder van de zwarte Volkswagen Passat ter hoogte van de Delflandlaan te Amsterdam tegelijkertijd aangehouden. De grijze en de zwarte Volkswagen Passat bleken beide geregistreerd te staan op naam van [naam bedrijf] en te zijn voorzien van een geleidebaken en een professioneel ingebouwde verborgen ruimte.
Verklaring verdachte
De verdachte heeft bij zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij met een gehuurde, zwarte Volkswagen naar Nederland was gekomen en dat hij niet in een andere auto heeft gereden. De verdachte heeft op de terechtzitting verklaard dat hij met een geleende grijze Volkswagen in het centrum Amsterdam kwam en daar de medeverdachte [naam medeverdachte] voor het eerst ontmoette. Hij sprak met hem over de prijs en de markt van melkproducten.
Beoordeling
De rechtbank acht de verklaring niet geloofwaardig, omdat hij wisselend en niet consistent heeft verklaard en deze verklaringen bovendien niet stroken met de hiervoor omschreven observaties van de politie en de vastgestelde feiten en omstandigheden.
Blijkens de hiervoor omschreven observaties en vastgestelde feiten en omstandigheden reden de verdachte als bestuurder van de grijze Volkswagen Passat en de medeverdachte [naam medeverdachte] als bestuurder van de zwarte Volkswagen Passat, elk met een personenauto met gelijke kenmerken als verborgen ruimtes en bakens en van dezelfde kentekenhouder, tegelijk naar de Keizersgracht in Amsterdam en verbleven zij daar drie uur in elkaars directe aanwezigheid.
Bovendien wijst het gedrag van de verdachte en de medeverdachte [naam medeverdachte] op de Keizersgracht niet op een eerste ontmoeting en een gesprek over melkpoeder, maar op een pluraliteit van specifiek op elkaar afgestemde, met elkaar in verband staande handelingen. Immers de verdachte en medeverdachte [naam medeverdachte] stapten meermalen in en uit hun voertuig en in elkaars voertuig, hadden duidelijk onderling contact, keken voortdurend om zich heen en waren met hun omgeving bezig en verwisselden tot slot van voertuig bij hun vertrek.
Voorts blijkt dat de boodschappentas in de grijze Volkswagen Passat niet was verstopt maar in het zicht stond achter de passagiersstoel in deze personenauto. Dit had de verdachte, die enkele uren daarvoor in deze grijze Volkswagen heeft gereden, gemakkelijk kunnen zien.
Blijkens de observaties van de politie op de Keizersgracht in Amsterdam is deze tas aldaar niet in de grijze Volkswagen Passat geplaatst.
Het door de raadsman geschetste alternatieve scenario dat de boodschappentas na het vertrek van de grijze Volkswagen Passat van de Keizersgracht om 18:46 uur in de auto is geplaatst, wordt, afgezien van een globale tijdsindicatie, op geen enkele wijze met feitelijke informatie uit het dossier onderbouwd. Het relatief geringe verschil in geschatte en daadwerkelijke reistijd is daarvoor onvoldoende , wanneer voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien in aanmerking worden genomen. De rechtbank verwerpt het verweer dan ook.
Gelet op het voren overwogene komt de rechtbank tot het oordeel dat zowel de verdachte als de medeverdachte [naam medeverdachte] beiden wetenschap van en beschikkingsmacht over de in de grijze Volkswagen Passat aangetroffen boodschappentas met contant geld heeft gehad. Nu de verdachte voor zijn handelen geen heldere en voor de rechtbank begrijpelijke verklaring heeft gegeven, moet de verdachte wetenschap hebben gehad van de aanwezigheid van de tas met geld in de aanvankelijk door hem bestuurde auto. Hij heeft daartoe ook zodanig bewust, intensief en nauw samengewerkt met de medeverdachte [naam medeverdachte] dat er sprake is van medeplegen van het voorhanden hebben van dit aangetroffen contante geldbedrag.
Om tot een bewezenverklaring van witwassen te kunnen komen is blijkens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad vereist dat vast komt te staan dat het in de personenauto aangetroffen geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Niet vereist is dat dit een nauwkeurig aangeduid misdrijf betreft. Bewezen kan worden verklaard dat een geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, zonder dat hier een rechtstreeks verband gelegd kan worden tussen het geldbedrag en een delict. Er zal vastgesteld dienen te worden of de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Indien dit het geval is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geldbedrag. De verklaring van de verdachte dient concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk te zijn. Als de verdachte een verklaring geeft over de herkomst van het geldbedrag, dan ligt het vervolgens op de weg van officier van justitie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geldbedrag. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.
Er is geen direct specifiek gronddelict aan te wijzen als herkomst voor het bovengenoemde aangetroffen contante geldbedrag van € 309.790,- in de voornoemde grijze Volkswagen Passat. De rechtbank is van oordeel dat er zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen ten aanzien van genoemd geldbedrag op grond van het bovenstaande samenstel van feiten en omstandigheden in onderling verband bezien. Bovendien is het ongebruikelijk een grote hoeveelheid contant geld in een boodschappentas in een personenauto te vervoeren. Het is een feit van algemene bekendheid dat het voorhanden hebben van zoveel contant geld grote risico’s met zich meebrengt.
Dit betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft waaruit zou moeten volgen dat voornoemd geldbedrag niet van misdrijf afkomstig is. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring die de verdachte daarover heeft gegeven daaraan niet voldoet. De door de verdachte afgelegde verklaringen geven dan ook geen aanknopingspunten en aanleiding tot een nader onderzoek door het Openbaar Ministerie. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het tenlastegelegde geldbedrag onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. De rechtbank acht gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld ook bewezen dat de verdachte heeft moeten weten dat dit geldbedrag een criminele herkomst had. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen van witwassen van dit geldbedrag.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij, op 11 februari 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, hierin bestaande dat hij, verdachte en zijn mededader, een contant geldbedrag, te weten:-een geldbedrag van in totaal 309.790,00 voorhanden heeft gehad ,
terwijl hij, verdachte en zijn mededader, wisten dat het hiervoor genoemde geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5..Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
medeplegen van witwassen
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het feit is dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich met zijn mededader schuldig gemaakt aan witwassen door in een auto een boodschappentas met daarin in totaal een geldbedrag van € 309.790,- voorhanden te hebben. Door middel van witwassen worden de inkomsten uit misdrijven in het legale betalingsverkeer gebracht en wordt de zware criminaliteit gefaciliteerd. Dit is een gevaar voor de integriteit van het financiële en economische verkeer. Bovendien worden deze inkomsten daarmee aan het zicht van de justitiële en fiscale autoriteiten onttrokken. De verdachte heeft zich daar kennelijk niet om bekommerd. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 11 april 2022, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten voor straftoemeting en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8..In beslag genomen voorwerpen

8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd met betrekking tot de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen:
- de verbeurdverklaring van het vermelde onder:
- 2: geleidebaken;
- de onttrekking aan het verkeer van het vermelde onder:
- 3: personenauto Volkswagen (de rechtbank begrijpt:) Passat met kenteken [kentekennummer 2].
De officier van justitie heeft teruggave aan de verdachte toegezegd van het in beslag genomen geldbedrag van € 390,-.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdachte heeft ter terechtzitting met schriftelijke afstandsverklaringen verklaard afstand te doen van het onder hem inbeslaggenomen geleidebaken en de personenauto Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 2]. De verdediging heeft teruggave aan de verdachte bepleit van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van in totaal € 390,-.
8.3.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat de op de beslaglijst aangeduide voorwerpen onder de verdachte in beslag zijn genomen. Nu van de personenauto Volkswagen Passat met kenteken [kentekennummer 2] en het geleidebaken door de verdachte afstand is gedaan, hetgeen blijkt uit de ter terechtzitting overgelegde schriftelijke afstandsverklaringen, vervalt de inbeslagneming ten aanzien van deze voorwerpen van rechtswege. Ten aanzien van de onder 1 en 6 inbeslaggenomen geldbedragen van in totaal € 390,- heeft de officier van justitie teruggave aan de verdachte toegezegd. Daarom zal de rechtbank over geen van de in beslag genomen voorwerpen een beslissing nemen.

9..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

10..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11.. Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. K.A. Baggerman, voorzitter,
en mrs. G.P. van de Beek en H.J. de Kraker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 juni 2022.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij,
op of omstreeks 11 februari 2022 te Amsterdam en/of Hoofddorp (gemeente
Haarlemmermeer) althans (elders) in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, zich schuldig
heeft gemaakt aan witwassen,
hierin bestaande dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s),
van een of meerdere grote contant(e) geldbedrag(en), te weten:
-een geldbedrag van in totaal 309.790,00 euro
althans van enig(e) grote contant(e) geldbedrag(en),
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding
en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld,
en/of verborgen en/of verhuld heeft wie de rechthebbende(n) op bovenomschreven
geldbedrag(en) is/was en/of wie bovenomschreven geldbedrag(en) voorhanden
heeft/hebben (gehad),
en/of
een of meerdere grote contant(e) geldbedrag(en), te weten:
-een geldbedrag van in totaal 309.790,00 euro
althans enig(e) grote contant(e) geldbedrag(en),
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of
heeft omgezet en/of van bovenomschreven geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) dat de/het hiervoor
genoemde geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk – (deels) afkomstig
was/waren uit enig misdrijf.