ECLI:NL:RBROT:2022:5556
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning in Vlaardingen voor belastingjaar 2021
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een tussenwoning in Vlaardingen, vastgesteld op 1 januari 2020. Verweerder stelde de waarde aanvankelijk vast op €190.000, waarna in bezwaar dit werd verlaagd naar €185.000. Eiser betwist deze waarde en stelt dat de waarde €162.000 behoort te zijn.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van beide partijen. Verweerder ondersteunde de waarde met een taxatierapport en verkoopprijzen van vergelijkbare woningen in dezelfde straat en buurt. Eiser leverde een waardeverklaring van een makelaar, maar deze ontbrak aan voldoende onderbouwing en kon het taxatierapport niet weerleggen.
De rechtbank concludeerde dat de gebruikte vergelijkingsobjecten goed vergelijkbaar zijn qua ligging, type, bouwjaar en oppervlakte, en dat in het taxatierapport voldoende rekening is gehouden met kwaliteitsverschillen en onderhoudstoestand. Hoewel eiser klaagde over onvoldoende motivering en het ontbreken van contact, was er geen verzoek tot hoorzitting ingediend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €185.000 wordt ongegrond verklaard.