De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het inschrijven van haar minderjarige kind op de Openbare basisschool Prins Willem Alexander te Nieuwerkerk aan den IJssel. De man, die samen met de vrouw het ouderlijk gezag uitoefent, voerde gemotiveerd verweer tegen dit verzoek.
De rechtbank weegt het belang van de minderjarige, de vrouw en de man. De huidige school, de Christelijke Basisschool De Stelberg in Rotterdam, is gezamenlijk gekozen en wordt als passend beschouwd. De vrouw slaagt er niet in te onderbouwen dat de nieuwe school voldoet aan de eerder gestelde criteria. De rechtbank acht een wisseling van school ongewenst gezien de recente veranderingen in het leven van het kind en de zorgen over zijn ontwikkeling.
De belangen van de vrouw en man worden eveneens meegewogen. De vrouw heeft niet voldoende aangetoond dat de wijziging logistiek voordeliger is, terwijl de man logistieke bezwaren heeft en erop mocht vertrouwen dat de schoolkeuze niet zou wijzigen na de verhuizing van de vrouw.
Gezien deze belangenafweging wijst de rechtbank het verzoek af en bepaalt dat elke partij haar eigen proceskosten draagt.