De huurder betwist de hoogte van de stookkostenafrekening over 2019 en 2020, omdat het verbruik driemaal zo hoog zou zijn als gemiddeld voor vergelijkbare woningen. De verhuurder stuurde tijdig afrekeningen en stelde dat de kosten gebaseerd zijn op meterstanden die jaarlijks worden uitgelezen.
De huurder stelde dat de meters mogelijk niet goed functioneren en dat de verhuurder had moeten onderzoeken of de meetapparatuur correct werkte. De rechtbank oordeelt dat de verhuurder toegelaten wordt bewijs te leveren dat de verwarmingsinstallatie en meters naar behoren functioneerden, omdat het verbruik significant afwijkt van het gemiddelde.
De verhuurder mag een deskundigenonderzoek laten uitvoeren en rapporteren, waarna de huurder hierop kan reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. De rechtbank wijst het verweer van de huurder af dat de afrekeningen te laat zijn verstuurd en dat hij inzage mocht eisen voordat hij betaalde.