ECLI:NL:RBROT:2022:5123
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek urgentieverklaring wegens onvoldoende onbillijkheid en zelfoplossingsmogelijkheid huisvestingsproblemen
Eiseres vroeg een urgentieverklaring aan vanwege ernstige gebreken in haar woning, waaronder vochtproblemen, lekkages en ongedierte, die de gezondheid van haar minderjarige zoon schaden. De verhuurder, een particulier, zou niet bereid of in staat zijn de gebreken te herstellen. Verweerder wees op mogelijkheden via het juridisch loket en de huurcommissie en verklaarde het verzoek ongegrond.
Eiseres stelde dat zij niet in staat was de problemen zelf op te lossen en dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was vanwege de gezondheidssituatie van haar zoon, die PTSS heeft en een dreigende leerachterstand. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij tevergeefs pogingen had gedaan om herstel af te dwingen en dat de situatie niet onderscheidend genoeg was ten opzichte van andere woningzoekenden.
De rechtbank volgde het beleid van verweerder dat de hardheidsclausule terughoudend wordt toegepast gezien het grote tekort aan sociale huurwoningen. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.