Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan vijftien schuldeisers, waarbij een preferente schuldeiser en veertien concurrente schuldeisers betrokken zijn. Veertien schuldeisers stemden in met het voorstel, dat een betaling van 95,55% aan preferente en 47,77% aan concurrente schuldeisers omvatte. Eén schuldeiser, met een vordering van €3.591,13 (18,6% van de totale schuld), weigerde in te stemmen.
De rechtbank beoordeelde of deze schuldeiser in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij werd meegewogen dat verzoeker fulltime werkt, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, en het voorstel door een onafhankelijke deskundige was getoetst. De schuldeiser stelde dat verzoeker vanwege zijn leeftijd en toekomstmogelijkheden meer kon betalen, maar de rechtbank vond dit belang niet gerechtvaardigd.
De rechtbank concludeerde dat het voorstel het uiterste is wat van verzoeker verwacht kan worden en dat de belangen van verzoeker en de instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar. Het verzoek om de schuldeiser te bevelen in te stemmen met de regeling werd daarom toegewezen, het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De schuldeiser werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot.