ECLI:NL:RBROT:2022:4482
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens verval bestuurlijke boete na overlijden overtreder
De zaak betreft een bestuurlijke boete van €2.500,- opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. Na het primaire besluit en een ongegrond verklaard bezwaar, werd beroep ingesteld door de overtreder.
Tijdens de beroepsprocedure overleed de overtreder, waarna zijn erfgename zich meldde om de procedure voort te zetten. De rechtbank overwoog dat op het moment van overlijden de boete nog niet onherroepelijk was.
Op grond van artikel 5:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vervalt een bestuurlijke boete indien deze niet onherroepelijk is bij overlijden. Hierdoor verviel de boete van rechtswege en bestond er geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees proceskostenveroordeling af, aangezien het verval van de boete niet het gevolg was van een tegemoetkoming van de verweerder.
De uitspraak werd gedaan door rechter L.E.M. Wilbers-Taselaar op 10 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de bestuurlijke boete van rechtswege is vervallen na het overlijden van de overtreder.