ECLI:NL:RBROT:2022:4015
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verwijdering politiegegevens wegens ontbreken feitelijke onjuistheid en noodzaak verwerking
Eiseres deed op 11 september 2020 een melding bij de politie over bedreiging door haar ex-partner, waarna een politieregistratie werd gemaakt. Zij verzocht op 3 augustus 2021 om verwijdering van deze gegevens, stellende dat de registratie onjuist was vanwege haar emotionele toestand en taalbarrière tijdens de melding.
Verweerder weigerde het verzoek op grond van artikel 28 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg), stellende dat de gegevens niet feitelijk onjuist zijn en noodzakelijk voor de uitvoering van de dagelijkse politietaak. De rechtbank oordeelt dat correctie of verwijdering alleen mogelijk is bij feitelijke onjuistheden, en dat indrukken of meningen niet gecorrigeerd kunnen worden.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de registratie onjuist is. De melding is door opgeleide politieambtenaren verwerkt, die geen belang hebben bij onjuiste registratie. Ook de emotionele toestand van eiseres tijdens de melding maakt de registratie niet onjuist.
Verder is de verwerking van de gegevens noodzakelijk voor de politietaak, onder meer ter bescherming van eiseres en haar dochter en voor het opbouwen van een dossier bij vergelijkbare meldingen. Er is geen aanwijzing dat de gegevens in strijd met een wettelijk voorschrift zijn verwerkt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering tot verwijdering van politiegegevens.