Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam vader] ,
[naam moeder] ,
[naam minderjarige 1] ,
[naam minderjarige 2] ,
Het procesverloop
De feiten
Het verzoek
De standpunten
De beoordeling
De beslissing
Den Haag.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2009 en 2011, en de vader verzocht om een schriftelijke aanwijzing ten aanzien van de zorg- en vervoersregeling te laten vervallen.
De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar wonen gescheiden en hebben moeite om afspraken na te komen, met name over de vervoerregeling in het ouderschapsplan. De moeder is visueel beperkt en kan de kinderen niet zelf ophalen, terwijl de vader de kinderen momenteel zowel ophaalt als terugbrengt, waarvoor hij een vergoeding verlangt. De moeder kan financieel niet meer betalen dan zij nu doet en heeft geen structurele oplossing voor het vervoer.
De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing ten aanzien van de vader onterecht was, omdat hij zijn verplichtingen nakomt. De ondertoezichtstelling werd verlengd tot 28 juni 2023 om begeleiding en duidelijkheid te waarborgen. De rechtbank zag geen aanleiding voor dwangsommen of proceskostenveroordeling en benadrukte het belang van gezamenlijke afspraken en begeleiding in het belang van de kinderen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd en de schriftelijke aanwijzing ten aanzien van de vader wordt vervallen verklaard.