ECLI:NL:RBROT:2022:347
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot achterwege blijven voorwaardelijke invrijheidstelling wegens hoog recidiverisico en weigering klinische behandeling
De veroordeelde was bij een onherroepelijk vonnis in 2016 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en voorwaardelijk in vrijheid gesteld in november 2018 met bijzondere voorwaarden waaronder een locatieverbod en een verplichting tot klinische behandeling.
Na meerdere overtredingen van deze voorwaarden werd de voorwaardelijke invrijheidstelling gedeeltelijk herroepen en uitgesteld. Het openbaar ministerie diende op 15 december 2021 een vordering in om de voorwaardelijke invrijheidstelling geheel achterwege te laten, onderbouwd met een reclasseringsadvies en een advies van de inrichting.
De rechtbank hield op 5 januari 2022 een openbare zitting waar de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsvrouw werden gehoord, evenals een reclasseringsdeskundige. Het reclasseringsadvies stelde dat het recidiverisico hoog is en dat alleen een langdurige klinische behandeling het risico kan beperken, maar de veroordeelde weigert hieraan mee te werken.
De rechtbank concludeerde dat een ambulant traject onvoldoende is om het recidiverisico te reduceren en dat de veroordeelde niet openstaat voor klinische behandeling. Daarom werd de vordering van het openbaar ministerie toegewezen en de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege gelaten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe en laat de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege vanwege het hoge recidiverisico en weigering van klinische behandeling.