ECLI:NL:RBROT:2022:3433
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond op formele gronden tegen WOZ-waarde, inhoudelijke waarde blijft gehandhaafd
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn penthouse, vastgesteld op €602.000 voor het belastingjaar 2020, en stelt dat deze te hoog is. Verweerder heeft de waarde ambtshalve verlaagd van €612.000 naar €602.000 en handhaafde deze na bezwaar. De rechtbank behandelt het beroep en constateert dat verweerder onvoldoende inzicht heeft gegeven in de totstandkoming van de WOZ-waarde, met name doordat de matrix in de bezwaaruitspraak onleesbaar was opgenomen.
De rechtbank verklaart het beroep daarom gegrond op formele gronden en vernietigt het bestreden besluit. Bij de inhoudelijke beoordeling oordeelt de rechtbank dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Dit blijkt uit de gebruikte vergelijkingsobjecten, de toegepaste waarderingsmethodiek en de onderbouwing met foto’s en een matrix die rekening houdt met verschillen tussen objecten.
Eiser krijgt op formele gronden gelijk en recht op vergoeding van griffierecht en proceskosten. De WOZ-waarde blijft echter ongewijzigd gehandhaafd. De rechtbank wijst ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel af, omdat de verschillen tussen de objecten en de gehanteerde meerderheidsregel niet leiden tot een te hoge waardering. De uitspraak is gedaan door rechter I. Bouter op 29 april 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard op formele gronden, het bestreden besluit vernietigd, maar de WOZ-waarde van €602.000 blijft gehandhaafd.