ECLI:NL:RBROT:2022:3228
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens niet-inontvangstneming stukken
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die haar zaak behandelde, omdat de rechter ter zitting van 4 april 2022 weigerde door haar meegebrachte stukken in ontvangst te nemen. De stukken waren niet tijdig ingediend volgens het procesreglement, en verzoekster kon niet toelichten waarom deze niet eerder konden worden ingebracht of waarom ze relevant waren.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen kan worden toegewezen bij zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid, en dat een onwelgevallige of mogelijk onjuiste beslissing op zichzelf geen grond voor wraking vormt. De beslissing van de rechter was niet onbegrijpelijk en er was geen objectieve grond om aan te nemen dat deze door vooringenomenheid was ingegeven.
Verder voldeed het wrakingsverzoek niet aan de formele vereisten van artikel 37, lid 1 en 3, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat niet alle feiten en omstandigheden tegelijk waren voorgedragen en het verzoek niet tijdig was gedaan.
De wrakingskamer wees het verzoek daarom af. De rechter kreeg ter zitting geen gelegenheid meer om uit te leggen welke mogelijkheden er nog waren voor het indienen van stukken na de zitting, wat ook meewoog in de beoordeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.