Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding van 26 november 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord, met een producties;
- het vonnis van 10 januari 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte wijziging eis en indiening stukken, met producties.
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
- een bedrag van € 22.550,31 terzake de kosten van het herstel van het gehuurde;
- een bedrag van € 907,50 terzake de inzet van de heer [persoon A] ;
- de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.042,57;
- een en ander te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 2 november 2021;