Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 2 subsidiair en 3 t/m 5 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 70 dagen met aftrek van voorarrest. Daarnaast een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ambulante behandeling en verblijven in een instelling voor beschermd wonen/maatschappelijke opvang en een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;
- een maatregel als bedoeld in 38v Sr, te weten een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod rondom de nabijheid van het woonadres van aangeefster. Het contact- en het locatieverbod voor de maximale periode van vijf jaar, voor elke overtreding van dat contact- of locatieverbod een bestraffing met vervangende hechtenis telkens twee weken, maximaal zes maanden in totaal;
- de bijzondere voorwaarden en de vrijheidsbeperkende maatregelen van artikel 38v lid 4 Sr direct uitvoerbaar te verklaren;
- verbeurdverklaring van 1 telefoontoestel (merk Acer), 1 telefoontoestel (merk Huawei), 4 simkaarten, 1 computer en 4 stuks patroonhouders.
4..Waardering van het bewijs
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straf en maatregel
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
10..Toepasselijke wettelijke voorschriften
11..Bijlagen
12..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 250 (tweehonderdvijftig) dagen,bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 180 (honderdtachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
2 (twee) weken, met een totale duur van ten hoogste
verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 1:
€ 796,10 (zegge: zevenhonderd zesennegentig euro en tien cent), bestaande uit € 46,10 aan materiële schade en € 750,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 oktober 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [naam slachtoffer] te betalen
€ € 796,10 (zegge: zevenhonderd zesennegentig euro en tien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 796,10 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
15 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;