ECLI:NL:RBROT:2022:2934
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken gronden niet-ontvankelijk verklaard
Opposant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Korpschef van politie, maar dit beroep werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van beroep. Vervolgens stelde opposant verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en verzocht om een zitting.
De rechtbank overwoog dat het verzet niet-ontvankelijk is omdat opposant geen gronden van verzet heeft ingediend, terwijl hij daartoe meerdere malen de mogelijkheid heeft gekregen. De wettelijke bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) schrijven voor dat een verzetschrift minimaal de gronden van verzet moet bevatten en dat het verzet niet-ontvankelijk kan worden verklaard bij het ontbreken daarvan.
Daarom kon de rechtbank het verzet niet inhoudelijk behandelen en verklaarde het verzet niet-ontvankelijk. De eerdere buiten-zittinguitspraak bleef daarmee in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verder verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden van verzet ondanks gelegenheid tot aanvulling.