Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 3 september 2021, met producties 1 t/m 7;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 t/m 12;
- de conclusie van antwoord in reconventie, met productie 8;
- het tussenvonnis (in de vorm van een brief) van 29 november 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 27 januari 2022, waarbij [naam gedaagde] productie 13 heeft overgelegd. De griffier heeft aantekening gehouden van het verhandelde.
2..De feiten
3..Het geschil
in conventie
Primair:
4..De beoordeling
in conventie en in reconventie
5..De beslissing
€ 50.000,00, welke dwangsom pas kan worden verbeurd nadat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden;