De kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 25 maart 2022 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij haar oma voor respectievelijk twaalf en negen maanden. Dit besluit volgt op een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege ernstige zorgen over het psychisch welzijn van de moeder, die zich angstig en onveilig voelt en meerdere malen met de minderjarige ’s nachts op straat zwierf. De moeder erkent de problemen niet en weigert hulpverlening, waardoor de veiligheid en stabiliteit van de minderjarige in het geding zijn.
De vader heeft verweer gevoerd en verzocht om een omgangsregeling en afwijzing of beperking van de ondertoezichtstelling, maar de kinderrechter oordeelt dat de vader onvoldoende betrouwbaar is en zijn woning niet geschikt is voor de zorg van de minderjarige. De minderjarige is gehecht aan de oma en verblijft daar sinds september 2021, wat de voorkeur heeft boven een neutraal pleeggezin.
De kinderrechter wijst het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af, omdat het belang van de minderjarige voorop staat en de situatie nog te onzeker is. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten.