ECLI:NL:RBROT:2022:2306
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling bedrijfsreinigingsrecht niet afhankelijk van wijze van afvalinzameling
Eiser exploiteert een danswinkel en kreeg van de gemeente Rotterdam een aanslag bedrijfsreinigingsrecht opgelegd voor het jaar 2020. Eiser betwistte deze aanslag omdat het afval niet meer door de gemeente wordt opgehaald, maar in containers voor bewoners wordt gedeponeerd. De rechtbank stelt vast dat volgens de Verordening bedrijfsreinigingsrecht 2020 het bedrijfsreinigingsrecht wordt geheven van ieder bedrijf dat afvalstoffen produceert die via de gemeente worden afgevoerd, ongeacht de wijze van inzameling.
De rechtbank overweegt dat het feit dat het afval niet meer aan de straat wordt opgehaald, maar in containers wordt gedeponeerd, geen invloed heeft op de heffingsplicht. De aanslag is gebaseerd op het feit dat de winkel afval produceert dat via de gemeente wordt verwerkt. De stellingen van eiser over de hoeveelheid afval, de verschillen in inzameling binnen Rotterdam en de communicatie hierover, leiden niet tot een andere uitkomst.
De rechtbank concludeert dat de gemeente zich aan de Verordening heeft gehouden en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de aanslag bedrijfsreinigingsrecht wordt ongegrond verklaard.