Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 4, 5 en 7 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 6 ten laste gelegde waarbij geldt dat:
4..Waardering van het bewijs
- de verdachte op 14 september 2018 een pallet met zakken natriumcarbonaat vanuit een bestelbus in zijn bedrijfsruimte legt;
- de medeverdachte [naam medeverdachte 2] op 22 november 2018 uit een bestelbus pallets met jerrycans azijnzuuranhydride laadt en achterin de bedrijfsruimte neerzet;
- de verdachte op 27 november 2018 in de bedrijfsruimte een ontmoeting heeft met onder andere de medeverdachte [naam medeverdachte 1] , zij bij de jerrycans staan te praten en [naam medeverdachte 1] vloeistof uit een jerrycan in een glas schenkt en hiernaar kijkt;
- de verdachte op 28 november 2018 samen met de medeverdachte [naam medeverdachte 3] jerrycans azijnzuuranhydride en zakken natriumcarbonaat vanuit zijn bedrijfsruimte in een bestelbus laadt en deze goederen naar de container in Zevenhuizen brengt;
- de verdachte op 20 december 2018 jerrycans azijnzuuranhydride vanuit zijn bedrijfsruimte in een bestelbus laadt en deze naar de container in Zevenhuizen brengt.
inde periode
van1 mei 2017 tot en met 13 september 2018, te [plaatsnaam] en te Rotterdam, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft verdachte meermalen voorwerpen, te weten:
envoorhanden gehad, terwijl hij, wist, dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk, geheel of gedeeltelijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
inde periode van 27 november 2018 tot en met 14 januari 2019 te [plaatsnaam] en Zevenhuizen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van hoeveelheden en/of een hoeveelheid van een materiaal en/of middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden , voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, te weten in een pand aan de [adres 3] en in een container (met nummer [nummer 1] ) op het terrein de [adres 4]
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
7..Motivering straffen
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen.
8..In beslag genomen voorwerpen
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11..Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;
10 (tien) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaar;
taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren,waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
120 dagen;
- gelast de teruggave aan verdachte van het voorwerp dat op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst is genummerd 1: