ECLI:NL:RBROT:2022:2100

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 maart 2022
Publicatiedatum
22 maart 2022
Zaaknummer
C/10/634822 / JE RK 22-563
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 BWArt. 1:255 BWArt. 1:257 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling van ongeboren kind toegewezen door kinderrechter

De Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht verzocht op 8 maart 2022 om een voorlopige ondertoezichtstelling van een nog ongeboren kind. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit na de geboorte. De kinderrechter stelt het kind op grond van artikel 1:2 BW Pro gelijk aan een geboren kind, zodat bescherming reeds voor de geboorte kan worden geregeld.

Uit de overgelegde stukken blijkt een ernstig vermoeden dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld volgens artikel 1:255 BW Pro. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor het kind weg te nemen. De termijn van de ondertoezichtstelling is vastgesteld op drie maanden, conform artikel 1:257 BW Pro.

De kinderrechter acht het niet mogelijk het verhoor van de Raad en de belanghebbende af te wachten zonder gevaar voor het kind. Op 22 maart 2022 vindt een zitting plaats waar de Raad, belanghebbende en informant worden gehoord. De beschikking is op 9 maart 2022 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter A.A.J. de Nijs.

Uitkomst: Voorlopige ondertoezichtstelling van het ongeboren kind is toegewezen voor drie maanden.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/634822 / JE RK 22-563
datum uitspraak: 9 maart 2022

beschikking voorlopige ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .
De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 8 maart 2022, ingekomen bij de griffie op 9 maart 2022.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] zal na de geboorte (in beginsel) worden uitgeoefend door de moeder.

Het verzoek

De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van drie maanden.

De beoordeling

Op grond van artikel 1:2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt het kind waarvan een vrouw zwanger is aangemerkt als al geboren, zo dikwijls als zijn belang dit vordert. De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van het nog ongeboren kind is dat het reeds als geboren wordt aangemerkt.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [naam kind] weg te nemen. [naam kind] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1:257 BW Pro).
Het verhoor van de Raad en de belanghebbende kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [naam kind] .
De Raad, de belanghebbende en de informant worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind] voorlopig onder toezicht van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 9 maart 2022 voor de duur van drie maanden, te weten tot 9 juni 2022;
bepaalt dat de Raad, de belanghebbende en de informant zullen worden gehoord ter zitting van
22 maart 2022 om 10:00 uur, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100-125;
de zaak zal op laatstgenoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.J. van Dijk, kinderrechter;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de Raad en de belanghebbende;
gelast de oproeping van de GI als informant.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2022 door
mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.R. van Staveren als griffier.