ECLI:NL:RBROT:2022:2040
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen AOW-korting wegens termijnoverschrijding
Opposant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) betreffende een korting op zijn AOW-uitkering. De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend en geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding was aangevoerd.
Tegen deze uitspraak is verzet ingesteld. Opposant stelde dat hij het primaire besluit niet had ontvangen en pas in augustus 2020 telefonisch op de hoogte was gebracht, waardoor de bezwaartermijn pas daarna zou zijn gaan lopen. Tevens betoogde hij dat het ging om een verzoek tot wijziging op grond van gewijzigde omstandigheden en niet om bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit.
De verzetrechter oordeelde dat uit de correspondentie blijkt dat opposant wel degelijk bezwaar maakte tegen het primaire besluit en dat hij kort na het besluit in 2012 op de hoogte was van de inhoud. De ingediende bezwaartermijn in 2020 was daardoor te laat en er was geen verschoonbare reden voor de overschrijding. Het verzet is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukte dat opposant zich vrij staat een nieuw verzoek in te dienen bij de SVB.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar tegen het primaire besluit.