Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[naam 1] ,
Rechtbank Rotterdam
Waterweg Wonen vorderde in kort geding de ontruiming van een woning vanwege ernstige en aanhoudende overlast veroorzaakt door de huurder en diens bezoekers. De huurovereenkomst bevatte een bepaling dat de huurder geen overlast mocht veroorzaken. Na eerdere afwijzing van een soortgelijke vordering in september 2021, stelde Waterweg Wonen dat nieuwe incidenten, waaronder een vechtpartij en vermoedelijke drugshandel, de ontruiming rechtvaardig maakten.
Tijdens de mondelinge behandeling erkende de gedaagde partij dat er overlast was, maar betwistte dat deze direct aan de huurder kon worden toegeschreven. De rechtbank concludeerde dat de overgelegde meldingen en rapportages onvoldoende bewijs boden dat de huurder de overlast veroorzaakte. Cruciale bewijsmiddelen, zoals camerabeelden en verklaringen van de wijkagent, ontbraken.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zou worden ontbonden. De vordering tot ontruiming werd daarom afgewezen en Waterweg Wonen werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de huurder de overlast veroorzaakt.