ECLI:NL:RBROT:2022:1699

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 maart 2022
Publicatiedatum
8 maart 2022
Zaaknummer
9341954 CV EXPL 21-23932
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering terugbetaling geldlening wegens vernietigbaarheid betalingstoezegging door bedreiging

In deze zaak vordert Moeder terugbetaling van een geldlening van Dochter. Dochter stelt dat de betalingstoezeggingen die zij deed onder dwang en bedreiging zijn gedaan, waardoor sprake is van een wilsgebrek en de afspraken vernietigbaar zijn.

De rechtbank heeft het bewijs toegelaten dat Dochter heeft geleverd, bestaande uit acht audiobestanden en vier videobestanden, waarop bedreigingen van Moeder aan Dochter te horen zijn. Deze opnames dateren van vóór de betalingstoezeggingen. Moeder heeft de inhoud van de bedreigingen niet betwist, maar stelde dat zij slechts boos was en niet heeft bedreigd.

De rechtbank kwalificeert de uitlatingen van Moeder als bedreigingen die een redelijk oordelend mens kunnen beïnvloeden. Dochter heeft onweersproken gesteld dat zij door deze bedreigingen is aangezet tot het doen van de betalingstoezeggingen. Hierdoor is de betalingstoezegging vernietigbaar en heeft Moeder geen recht op terugbetaling.

De rechtbank wijst daarom de vorderingen van Moeder af en veroordeelt haar in de proceskosten, inclusief wettelijke rente en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de geldlening wordt afgewezen wegens vernietigbaarheid van de betalingstoezegging door bedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9341954 CV EXPL 21-23932
uitspraak: 4 maart 2022
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats eiseres],
eiseres,
gemachtigde: mr. M. Hennen te Schiphol,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde],
gedaagde,
gemachtigde: mr. C.M. van Ommeren te Rotterdam.
Eiseres wordt hierna aangeduid als ‘Moeder’ en gedaagde als ‘Dochter’.

1..Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Het verdere procesverloop blijkt uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 10 december 2021;
  • de akte bewijslevering van Dochter, met producties;
  • de akte uitlating van Moeder.
1.2.
De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op vandaag.

2..De (verdere) beoordeling

2.1.
Bij tussenvonnis van 10 december 2021 is Dochter toegelaten tot het bewijs van (feiten en omstandigheden waaruit blijkt) dat de afspraak die zij heeft gemaakt met Moeder, inhoudende dat zij in januari 2021 € 600,- zou betalen, in februari 2021 € 450,- en in maart 2021 € 450,-, tot stand is gekomen onder invloed van een wilsgebrek aan de zijde van Dochter, waardoor deze afspraak vernietigbaar is.
2.2.
De kantonrechter heeft onder 3.3 van genoemd tussenvonnis overwogen dat indien Dochter slaagt in dit bewijs, de vorderingen van Moeder zullen worden afgewezen.
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat Dochter is geslaagd in het bewijs en overweegt daarover het volgende. Dochter heeft een achttal audiobestanden en vier videobestanden overgelegd. Dochter heeft gesteld dat deze opnames dateren van 10 en 13 december 2020, voor de eerste termijn van terugbetaling. Moeder heeft dit niet weersproken, zodat ervan uit moet worden gegaan dat de opnames inderdaad zijn gemaakt voordat Dochter haar betalingstoezegging aan Moeder deed.
2.4.
Op meerdere opnames is te horen dat Moeder – in niet mis te verstane bewoordingen en doorspekt met de nodige krachttermen – aan Dochter te kennen geeft dat zij haar geld terug wil en dat zij het leven van Dochter tot een hel zal maken. Dochter stelt dat zij uit angst vanwege deze bedreigingen aan Moeder heeft toegezegd een bedrag van € 1.500,- te betalen. Moeder heeft niet betwist dat zij de op de audiobestanden te horen uitlatingen heeft gedaan, maar stelt dat zij boos was en dat zij Dochter niet heeft bedreigd.
2.5.
De op de audiobestanden te horen uitlatingen van Moeder aan Dochter zijn naar het oordeel van de kantonrechter bedreigingen tegen Dochter.
Op de opname met de titel “Audio-2021-12-20-10-26-02”, waarvan een transcriptie en vertaling zijn overgelegd door Dochter, zegt moeder:
“Zorg ervoor dat ik al mijn geld krijg anders maak ik je kapot, [gedaagde].”
Op de opname met de titel “Audio-2021-12-20-10-26-05” is te horen dat Moeder tegen Dochter zegt:
“Je weet wat ik ga doen met jou.”
Op de opname met de titel “Audio-2021-12-20-10-26-06 is te horen dat Moeder tegen Dochter zegt:
“Ik ga je distroyeren[sic]
. (…) Met mij moet je niet sollen.”
Deze bedreigingen zijn zodanig, dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed.
2.6.
Dochter heeft onweersproken gesteld dat zij door deze uitlatingen, die dus worden gekwalificeerd als bedreigingen, is aangezet tot het doen van de betalingstoezegging. Deze toezegging heeft daarom, nu zij tot stand is gekomen onder invloed van een wilsgebrek, geen gelding.
2.7.
Moeder zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De apart gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten. De over de proceskosten en nakosten gevorderde wettelijke rente is eveneens toewijsbaar.

3..De beslissing

De kantonrechter:
wijst de vorderingen van Moeder af.
veroordeelt Moeder in de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde van Dochter vastgesteld op € 467,50 aan salaris voor haar gemachtigde, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan de gemachtigde van Dochter dient te worden voldaan;
en indien Moeder niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan dit vonnis heeft voldaan, begroot op € 93,50 aan nasalaris. Ook is Moeder de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over al deze bedragen verschuldigd vanaf de veertiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
51909