Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het procesverloop
- het inleidend exploot van dagvaarding met producties van 23 maart 2021;
- het verstekvonnis van 20 april 2021;
- de verzetdagvaarding met producties van 8 september 2021;
- het tussenvonnis van 25 oktober 2021, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van [persoon B] van 27 december 2021 met een aanvullende productie;
- de conclusie van antwoord in oppositie met producties.
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
- primairde overeenkomst tussen partijen te vernietigen en [persoon B] te veroordelen tot betaling van € 2.433,91 aan hoofdsom, te vermeerderen met rente vanaf 15 oktober 2020, en € 365,09 aan buitengerechtelijke kosten;
- subsidiair:[persoon B] te veroordelen tot betaling van € 2.318,92 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 januari 2021, en € 347,84 aan buitengerechtelijke kosten;
- primair en subsidiair:[persoon B] te veroordelen in de proceskosten en nakosten.