ECLI:NL:RBROT:2022:141

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
12 januari 2022
Zaaknummer
9608307 VV EXPL 21-542
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:220 lid 1 BWArt. 7:213 BWArt. 7:207 BWArt. 558 sub b RvArt. 254 lid 5 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toegang tot tuin voor dringende herstelwerkzaamheden lekkage bij buren

In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Woonstad Rotterdam dat de huurder wordt veroordeeld om te gedogen dat Woonstad of een derde via het gehuurde steigermateriaal aan- en afvoert en een steiger opbouwt in de tuin, teneinde een lekkage aan het dak van een naastgelegen woning te herstellen. De huurder is niet verschenen en verstek is verleend.

Woonstad stelt dat de werkzaamheden dringend zijn en niet kunnen wachten op een bodemprocedure, omdat anders vochtproblemen en verdere schade kunnen ontstaan. De tuin is alleen via het gehuurde bereikbaar. De huurder weigert toegang te verlenen en accepteert de aangeboden vergoeding niet.

De kantonrechter oordeelt dat Woonstad een spoedeisend belang heeft en dat de vorderingen niet ongegrond zijn. Daarom wordt de huurder veroordeeld om de toegang te gedogen, onder dreiging van een dwangsom, en om het gehuurde tijdelijk te ontruimen indien hij in gebreke blijft. Tevens wordt de huurder veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld om toegang tot de tuin te verlenen voor het plaatsen van een steiger voor dringende lekkageherstelwerkzaamheden, onder dreiging van een dwangsom en tijdelijke ontruiming.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9608307 VV EXPL 21-542
uitspraak: 11 januari 2022
vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de stichting
Stichting Woonstad Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.M.J. Martinot te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
• de dagvaarding van 31 december 2021, met een productie.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 januari 2022. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Aan de zijde van de eisende partij is de heer [persoon A] verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Aan de zijde van gedaagde partij is niemand ter zitting verschenen.
1.3
De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op vandaag.

2..De vordering

2.1
Woonstad vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening:
[gedaagde] ertoe te veroordelen om te gedogen dat Woonstad, dan wel een door Woonstad in te schakelen derde, via het gehuurde gelegen aan de [adres 1] te Rotterdam, steigermateriaal aan- en afvoert naar en van de tuin en om in de tuin van het gehuurde een steiger op te bouwen en weer af te breken, teneinde een lekkage aan het dak van een van de naastgelegen woningen te herstellen;
een en ander op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag voor zolang [gedaagde] in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen, met een maximum van € 3.000,-;
Indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het vonnis te voldoen en het maximum aan dwangsommen is bereikt en [gedaagde] alsnog weigert om te gedogen dat Woonstad, dan wel een door Woonstad in te schakelen derde, via het gehuurde aan de [adres 1] te Rotterdam, steigermateriaal aan- en afvoert naar en van de tuin en om in de tuin van het gehuurde een steiger op te bouwen en weer af te breken, teneinde een lekkage aan het dak van een van de naastgelegen woningen te herstellen, [gedaagde] te veroordelen om het gehuurde binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen en te verlaten, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Woonstad zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Woonstad of een door haar in te schakelen derde te stellen, dit alles zo lang dat noodzakelijk is om via het gehuurde steigermateriaal aan- en af te voeren naar en van de tuin en om in de tuin van het gehuurde een steiger op te bouwen en weer af te breken, teneinde een lekkage in een aangrenzende woning te herstellen;
[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
2.2
Aan haar vorderingen legt Woonstad - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende ten grondslag. [gedaagde] huurt van Woonstad de woning aan de [adres 1] te Rotterdam (‘het gehuurde’). Voor het verhelpen van een lekkage in de naastgelegen woning aan de [adres 2] te Rotterdam is het nodig dat Woonstad via het gehuurde in de tuin van het gehuurde een steiger plaatst. De tuin is alleen bereikbaar via het gehuurde. De werkzaamheden zullen plaatsvinden in de periode van 18 tot en met 20 januari 2022. Op grond van artikel 7:220 lid 1 BW Pro en het goed huurderschap zoals bedoeld in artikel 7:213 BW Pro is [gedaagde] verplicht om dringende werkzaamheden in en aan zijn woning te gedogen. [gedaagde] weigert echter toegang tot zijn tuin te verlenen en de door Woonstad aangeboden vergoeding van € 20,- per dag is door [gedaagde] niet geaccepteerd. Mocht [gedaagde] de werkzaamheden alsnog niet gedogen ondanks daartoe veroordeeld te zijn, dan wil Woonstad de woning gedeeltelijk en/of tijdelijk ontruimen op grond van artikel 558 sub b Rv Pro.
2.3
Woonstad heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen. Zij kan de uitkomst van een bodemprocedure niet afwachten, omdat zij de lekkage in de tot haar eigendom behorende naastgelegen woning aan de [adres 2] te Rotterdam op korte termijn dient te herstellen ter voorkoming van vochtproblematiek en verdere schade. Daarnaast wil Woonstad voorkomen dat de huurders van deze woning een huurprijsvermindering op grond van artikel 7:207 BW Pro gaan vorderen.

3..De beoordeling

3.1
[gedaagde] is op 4 januari 2022 zonder bericht van verhindering niet op de mondelinge behandeling verschenen. Uit de dagvaarding is gebleken dat hij correct voor de zitting is opgeroepen. Tegen [gedaagde] is daarom verstek verleend.
3.2
Voldoende is gebleken dat Woonstad een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorzieningen, zodat zij ontvankelijk is in haar vordering.
3.3
De vorderingen komen de kantonrechter niet ongegrond of onrechtmatig voor en worden daarom toegewezen.
3.4
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4..De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:
1. veroordeelt [gedaagde] om te gedogen dat Woonstad, dan wel een door Woonstad in te schakelen derde, via het gehuurde gelegen aan de [adres 1] te Rotterdam, steigermateriaal aan- en afvoert naar en van de tuin en om in de tuin van het gehuurde een steiger op te bouwen en weer af te breken, teneinde een lekkage aan het dak van een van de naastgelegen woningen te herstellen, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] aan voornoemde veroordeling geen gehoor geeft, met een maximum van € 3.000,-;
2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonstad vastgesteld op € 126,- aan griffierecht, € 121,39 aan dagvaardingskosten en € 498,- aan salaris voor de gemachtigde;
en bovendien, maar alléén voor het geval [gedaagde] in gebreke blijft te voldoen aan de onder 1. van deze beslissing opgenomen veroordeling en het maximum aan dwangsommen is bereikt:
3. veroordeelt [gedaagde] om het gehuurde binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen en te verlaten, met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voor zover deze laatste niet het eigendom van Woonstad zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Woonstad of een door haar in te schakelen derde te stellen, dit alles zo lang dat noodzakelijk is om via het gehuurde steigermateriaal aan- en af te voeren naar en van de tuin en om in de tuin van het gehuurde een steiger op te bouwen en weer af te breken, teneinde een lekkage in een aangrenzende woning te herstellen;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416