ECLI:NL:RBROT:2022:1265

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
22 februari 2022
Zaaknummer
631777
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ondertoezichtstelling kind wegens bedreiging ontwikkeling en opvoedproblemen

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarig kind vanwege zorgen over de opvoedsituatie. De moeder kampt met persoonlijke medische problematiek en heeft beperkte draagkracht, wat de ontwikkeling van het kind belemmert. Het kind ervaart angst, depressie en heeft veel schoolverzuim.

Ondanks eerdere vrijwillige hulpverlening sinds 2016 is het niet gelukt de situatie structureel te verbeteren. De moeder en de oma van moederszijde konden onvoldoende individuele hulp voor het kind en praktische ondersteuning thuis realiseren. De kinderrechter acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk om passende hulp in te zetten en de relatie tussen moeder en kind te verbeteren.

De beschikking stelt het kind voor twaalf maanden onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De beslissing is op 9 februari 2022 mondeling gegeven en op 22 februari 2022 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: Kind wordt onder toezicht gesteld voor twaalf maanden wegens bedreiging van ontwikkeling en opvoedproblemen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Jeugdrecht
Zaaknummer: C/10/631777 / JE RK 22-85
Datum uitspraak: 9 februari 2022

Beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de Raad,
betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2007 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen: [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,

[naam moeder],

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder],

[naam oma],

hierna te noemen: de oma van moederszijde, wonende te [woonplaats oma].

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoek met bijlagen van de Raad van 11 januari 2022, ingekomen bij de griffie op 11 januari 2022;
- de aanvullende rapportage van de Raad van 3 februari 2022, ingekomen bij de griffie op 4 februari 2022;
- de brief van [naam kind] aan de kinderrechter van 2 februari 2022, ingekomen bij de griffie op 7 februari 2022.
Op 9 februari 2022 heeft de kinderrechter de zaak mondeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen is [naam] namens de Raad.
Opgeroepen en niet verschenen zijn:
- de moeder;
- de oma van moederszijde;
- een vertegenwoordiger van de GI.
[naam kind] heeft haar mening kenbaar gemaakt met een brief aan de kinderrechter.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder en de oma van moederszijde.
[naam kind] woont bij de moeder.

Het verzoek

De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind] voor de duur van twaalf maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De Raad handhaaft het verzoek en licht het als volgt toe. Er zijn zorgen over de opvoedsituatie van [naam kind]. Bij de moeder is sprake van persoonlijke (medische) problematiek en zijn er zorgen over haar draagkracht. [naam kind] wordt hierdoor belast. Daarnaast heeft [naam kind] psychische klachten (gevoelens van angst en depressie) en is er sprake van trauma’s. Ook is er sprake van veel schoolverzuim bij [naam kind]. Er zijn diverse zorgmeldingen geweest vanaf 2016. Het is echter niet gelukt om de zorgen in het vrijwillige kader weg te nemen. De hulpverlening heeft onvoldoende effect gesorteerd. Het is de moeder en de oma niet gelukt om de opvoedsituatie voor [naam kind] te verbeteren. Het is van belang dat [naam kind] individuele hulp krijgt en behandeling voor haar trauma’s en dat zij weer naar school gaat. Daarnaast is het van belang dat de relatie tussen [naam kind] en haar moeder wordt verbeterd. Een ondertoezichtstelling is nodig om zicht te krijgen op het gezin en de hulp in te zetten die passend is.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. [naam kind] wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. [naam kind] ervaart gevoelens van angst en depressie. Er is daarnaast sprake van veel schoolverzuim bij [naam kind]. Verder zijn er zorgen over de beperkte draagkracht van de moeder en zorg die [naam kind] voor de moeder moet dragen. Anders dan de moeder en de oma doen voorkomen, zijn er niet alleen recente meldingen gedaan over de opvoedsituatie van [naam kind], maar is dit al vanaf 2016 het geval en is de hulp in het vrijwillige kader sindsdien niet voldoende structureel van de grond gekomen. De moeder erkent de zorgen over [naam kind] deels wel, maar denkt dat het wel goedkomt zonder een ondertoezichtstelling. Tegelijkertijd lukt het de moeder en de oma niet om individuele hulp in te zetten, zoals een psycholoog voor [naam kind]’s psychische klachten. Ook lukt het de moeder en de oma niet om [naam kind] te motiveren weer naar school te gaan, terwijl het van belang is dat [naam kind] zo snel mogelijk weer volledig naar school gaat. Daarnaast is het van belang dat de moeder thuis wordt ondersteund met praktische hulp, zodat zij en daarmee ook [naam kind] ontlast kan worden, en dat de oma wordt betrokken bij de hulp. Wanneer de individuele hulp en de praktische hulp thuis op gang zijn gekomen, geeft de kinderrechter de GI in overweging om te onderzoeken of systeemtherapie op termijn tot de mogelijkheden behoort. Voor het zover is, is het belangrijk dat [naam kind] en de moeder eerst profiteren van de individuele hulp. De kinderrechter zal – gelet op het vorengaande – [naam kind] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [naam kind] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 9 februari 2022 tot 9 februari 2023;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2022 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Seltenrijch, als griffier.
Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 22 februari 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.