Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.Waar gaat het over?
Zij is van mening dat zij het verzochte bedrag nodig heeft door haar kosten van levensonderhoud en studie en dat haar vader dit bedrag kan betalen.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een 19-jarige dochter die een deeltijd Havo-opleiding volgt en zelfstandig woont onder begeleiding, om een maandelijkse bijdrage van €600 van haar vader te ontvangen voor levensonderhoud en studie. De vader betwistte de behoefte en zijn draagkracht.
De rechtbank stelde vast dat de behoefte van de dochter aannemelijk is gezien haar studiekosten en zelfstandige woonstatus, en dat zij geen recht heeft op studiefinanciering of tegemoetkoming vanwege haar deeltijdopleiding. Haar eigen inkomsten waren variabel en onvoldoende om de behoefte te verlagen.
De draagkracht van de vader werd vastgesteld op €1.120 per maand na rekening te houden met een forfaitaire last van €100 voor schulden, terwijl de moeder een minimale draagkracht van €25 had. De gezamenlijke draagkracht was voldoende om de behoefte van €600 te dekken.
De rechtbank bepaalde dat de vader een bijdrage van €587 per maand moet betalen, vooruit te voldoen vóór de eerste van elke maand, en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof in ’s-Gravenhage binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De vader moet vanaf 28 maart 2022 maandelijks €587 betalen als bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van zijn dochter.