ECLI:NL:RBROT:2022:12277

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 augustus 2022
Publicatiedatum
6 december 2023
Zaaknummer
C/10/643103 / HO RK 22/326
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 FwArt. 370 lid 1 FwArt. 376 FwArt. 369 lid 7 FwArt. 3 Rv
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tijdelijke voorziening afkoelingsperiode in WHOA-procedure

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid verzoekster heeft op 16 augustus 2022 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Faillissementswet Pro ingediend en een verzoekschrift tot afkondiging van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Faillissementswet Pro voor vier maanden ingediend. De afkoelingsperiode is bedoeld om verzoekster de ruimte te geven een akkoord aan haar schuldeisers aan te bieden.

De rechtbank Rotterdam oordeelde dat zij rechtsmacht heeft om het verzoek te behandelen en verleende bij wijze van tijdelijke voorziening de gevraagde afkoelingsperiode. Dit betekent dat gedurende deze periode geen derden verhaal kunnen nemen op goederen van verzoekster zonder toestemming van de rechtbank. Tevens werd de behandeling van het door een schuldeiser ingediende faillissementsverzoek geschorst.

De schuldeiser [Z], wiens belangen door de afkoelingsperiode worden geraakt, wordt in de gelegenheid gesteld haar zienswijze te geven tijdens een zitting op 25 augustus 2022. De rechtbank houdt verdere beslissing aan totdat deze zitting heeft plaatsgevonden.

Uitkomst: De rechtbank heeft een voorlopige afkoelingsperiode van vier maanden toegekend en de behandeling van het faillissementsverzoek geschorst.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer
tijdelijke voorziening afkoelingsperiode
zaak/rekestnummer: C/10/643103 / HO RK 22/326
uitspraakdatum: 19 augustus 2022
beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 Faillissementswet Pro (Fw) van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
advocaten: mrs. M. Kooiman en W.Th. van Dijk, kantoorhoudende te Rotterdam.

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft op 16 augustus 2022 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw Pro ter griffie gedeponeerd.
1.2.
Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
1.3.
Eveneens op 16 augustus 2022 heeft verzoekster ter griffie een verzoekschrift ingediend tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw Pro voor een periode van vier maanden.

2.Het verzoek

2.1.
Verzoekster doet een verzoek tot het afkondigen van een afkoelingsperiode ex artikel 376 Fw Pro. Verzoekster is voornemens een akkoord als bedoeld in artikel 370 lid 1 Fw Pro aan haar schuldeisers aan te bieden. Verzoekster streeft vooralsnog ernaar om het akkoord in de loop van de maand september 2022 aan te bieden.
2.2.
Verzoekster heeft (een spoedeisend) belang bij een afkoelingsperiode, omdat op 23 augustus 2022 de behandeling van een door de besloten vennootschap [Z] tegen verzoekster ingediend faillissementsverzoek zal plaatsvinden. Verzoekster stelt daarbij dat de belanghebbende [Z] , mede in verband met de snelheid waarmee een beslissing genomen moet worden, niet op het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode gehoord zou moeten worden.

3.De beoordeling

Rechtsmacht en besloten procedure
3.1.
Verzoekster heeft blijkens de startverklaring gekozen voor een besloten akkoordprocedure. Verzoekster is statutair gevestigd te [vestigingsplaats] en zij houdt kantoor te [vestigingsplaats] . Gezien het bepaalde in artikel 369 lid 7 aanhef Pro en onder b Fw juncto artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht om het verzoek in behandeling te nemen. Uit artikel 262 Rv Pro volgt verder dat de rechtbank Rotterdam bevoegd is van het verzoek kennis te nemen. De beslotenheid van de akkoordprocedure en de bevoegdheid van de rechtbank liggen hiermee vast voor het verdere verloop van de procedure.
Afkoelingsperiode
3.2.
Gelet op de gestelde spoedeisendheid zal, bij wijze van tussenbeslissing, de gevraagde afkoelingsperiode, zoals in het dictum omschreven, voorlopig worden verleend.
3.3.
Nu een afkoelingsperiode met name [Z] in haar belangen treft, zal zij in de gelegenheid worden gesteld op het verzoek te worden gehoord alvorens een eindbeslissing wordt gegeven.

4.De beslissing

De rechtbank:
- kondigt bij wijze van tijdelijke voorziening per heden een afkoelingsperiode af zoals bedoeld in artikel 376 Fw Pro voor de periode totdat bij eindbeslissing op het verzoek is beslist, die inhoudt:
- dat elke bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van verzoekster behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van verzoekster bevinden, niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, mits die derden geïnformeerd zijn over de afkondiging van de afkoelingsperiode of op de hoogte zijn van het feit dat een akkoord wordt aangeboden,
- dat de behandeling op 23 augustus 2022 van het door [Z] jegens verzoekster ingediende verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst;
- bepaalt dat de behandeling van het verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode zal plaatsvinden ter zitting van de rechtbank Rotterdam op
donderdag 25 augustus 2022 om 14.30 uurvia een videoverbinding, voor de rechters mr. B.A. Cnossen, mr. R.P. van Eerde en mr. J. Schreurs-van de Langemheen;
- bepaalt dat verzoekster onverwijld aan [Z] een kopie van deze beschikking zal toezenden en haar wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Rotterdam op te vragen link deel te nemen aan de zitting en haar zienswijze te geven;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.A. Cnossen, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en mr. J. Schreurs-van de Langemheen, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2022.