Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de heer [naam] , middellijk bestuurder van verzoekster;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 18 maart 2022 het verzoek van een besloten vennootschap om een herstructureringsdeskundige aan te wijzen in het kader van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). Eerder was een afkoelingsperiode van vier maanden afgekondigd en was mr. R. Le Grand als observator aangesteld.
Tijdens de zitting werd het oorspronkelijke verzoek ex artikel 379 jo Pro 373 Faillissementswet ingetrokken en vervangen door een verzoek tot aanwijzing van een herstructureringsdeskundige ex artikel 371 Faillissementswet Pro. De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar zich in de toestand als bedoeld in artikel 370 lid 1 Faillissementswet Pro bevindt, waardoor het verzoek toewijsbaar was.
De rechtbank wees mr. R. Le Grand aan als herstructureringsdeskundige, waarbij werd overwogen dat zijn eerdere werkzaamheden als observator niet in de weg staan aan een onafhankelijke en onpartijdige taakuitoefening. De aanstelling als observator werd ingetrokken, en de kosten van de herstructureringsdeskundige komen voor rekening van de schuldenaar. De rechtbank legde tevens op dat binnen een week een plan van aanpak en begroting dienen te worden ingediend.
Uitkomst: Mr. R. Le Grand wordt aangewezen als herstructureringsdeskundige en zijn aanstelling als observator wordt ingetrokken.