ECLI:NL:RBROT:2022:12157

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 augustus 2022
Publicatiedatum
1 juni 2023
Zaaknummer
C/10/636826 / HO RK 22/155
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 370 lid 3 FwArt. 379 lid 1 FwArt. 380 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling aanvullend budget observator in besloten akkoordprocedure WHOA

De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot vaststelling van een aanvullend budget voor de observator in een besloten akkoordprocedure ex artikel 379 lid 1 juncto Pro artikel 380 lid 1 Faillissementswet Pro (FW). De verzoekster, een besloten vennootschap, had eerder een observator aangesteld gekregen met een vastgesteld budget van €17.050 exclusief btw.

Na een aspectenzitting en daaropvolgende uitspraak bleek dat aanvullende werkzaamheden noodzakelijk waren, waaronder toezicht op de totstandkoming van het akkoord, overleg met directie, adviseurs en schuldeisers, en beoordeling van de belangen van schuldeisers binnen de WHOA-procedure. De observator begrootte deze extra werkzaamheden op €6.600 exclusief btw.

De verzoekster had geen bezwaar tegen deze aanvullende begroting. De rechtbank achtte het bedrag niet onredelijk en stelde het vast. Tevens werd bepaald dat de kosten ten laste komen van verzoekster, die zekerheid moet stellen voor betaling. De observator is opgedragen om na afloop van zijn taak een verantwoording van de werkzaamheden aan de rechtbank te overleggen, waarna het definitieve loon en de verschotten worden vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank stelt het aanvullende budget van €6.600 exclusief btw voor de observator vast en draagt op tot verantwoording na taakbeëindiging.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer
Vaststellen aanvullend budget observator
rekestnummer: C/10/636826 / HO RK 22/155
uitspraakdatum: 16 augustus 2022
beschikking in de besloten akkoordprocedure van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam]
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudende te [plaats] ,
verzoekster,
advocaat: mr. B. Besseling, kantoorhoudende te Apeldoorn.

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft op 15 oktober 2021 een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw Pro ter griffie gedeponeerd. Verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
1.2.
Bij verzoekschrift van 8 april 2022 is door verzoekster verzocht tot aanstelling van een observator ex artikel 379 lid 1 juncto Pro artikel 380 lid 1 Fw Pro.
1.3.
Bij beschikking van 26 april 2022 van deze rechtbank is mr. R. Slotboom aangesteld tot observator en is hem verzocht om binnen twee weken een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en die van eventuele derden die door hem worden geraadpleegd te maken en deze aan de rechtbank toe te zenden en is voorts de vaststelling van het bedrag dat de werkzaamheden van de observator en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten aangehouden.
1.4.
Bij e-mailbericht van 10 mei 2022 heeft de observator een begroting van zijn kosten aan de rechtbank toegezonden. De observator heeft daarbij vermeld dat hij de begroting tevens aan verzoekster heeft toegezonden.
1.5.
Mr. Besseling heeft bij e-mailbericht van 10 mei 2022 bericht dat verzoekster geen bezwaar heeft tegen de door de observator ingediende begroting.
1.6.
Bij beslissing van 12 mei 2022 heeft de rechtbank de kosten van de werkzaamheden van de observator vastgesteld op € 17.050,-- (exclusief BTW) en deze ten laste van verzoekster gebracht.
1.7.
Bij e-mailbericht van 4 augustus 2022 heeft mr. Slotboom de rechtbank bericht dat na de aspectenzitting en de daarop volgende uitspraak duidelijk is geworden dat aanvullende werkzaamheden dienen te worden verricht en dat het bij beschikking van 12 mei 2022 vastgestelde bedrag daarin niet voorziet. De nadere werkzaamheden van mr. Slotboom bestaan uit het houden van toezicht op de (verdere) totstandkoming van het door verzoekster aan te bieden akkoord, het voeren van overleg met de directie van verzoekster, haar adviseurs en derden, waaronder schuldeisers. Voorts moet door mr. Slotboom worden beoordeeld of de belangen van alle schuldeisers voldoende zijn gewaarborgd in de WHOA-procedure. Mr. Slotboom begroot de aanvullende werkzaamheden op een bedrag van € 6.600,-- (exclusief BTW).
1.8.
Op 8 augustus 2022 is het verzoek van de observator per e-mail aan mr. Besseling verzonden en is verzoekster tot 16 augustus 2022 in de gelegenheid gesteld om op genoemd verzoek te reageren.
1.9.
Heden, na het verstrijken van de onder 1.8. bedoelde termijn, is van mr. Besseling bericht ontvangen dat verzoekster geen opmerkingen heeft over de begroting van mr. Slotboom.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoekster heeft bericht dat zij geen opmerkingen heeft over de begroting van mr. Slotboom. De door mr. Slotboom ingediende aanvullende begroting voor de nadere werkzaamheden komt de rechtbank niet onredelijk voor. De rechtbank zal het aanvullende budget voor de aanvullende werkzaamheden van de observator conform het verzoek vaststellen en draagt de observator op – nadat zijn taak is geëindigd – de rechtbank een verantwoording van de werkzaamheden te doen toekomen, waarna de rechtbank het definitieve loon en de verschotten van de observator zal vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag dat de aanvullende werkzaamheden van de observator mogen kosten vast op € 6.600,-- (exclusief btw);
- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van verzoekster komen, en dat verzoekster voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid dient te stellen;
- draagt de observator op om, indien het aanvullend vastgestelde bedrag niet afdoende is om de kosten van voormelde werkzaamheden te bestrijden, een verzoek tot nadere aanvulling van het bedrag te doen voordat de kosten van de aanvullende werkzaamheden het thans vastgestelde bedrag overschrijden;
- draagt de observator op om binnen twee weken nadat de taak van de observator is
geëindigd een verantwoording van de werkzaamheden van de door hem en de door hem
ingeschakelde derden aan de rechtbank te doen toekomen, waarna de rechtbank het
definitieve loon en de verschotten vaststelt.
Deze beslissing is gegeven door mr. B.A. Cnossen, voorzitter, mr. A.E. de Vos en
mr. V.G.T. van Emstede, rechters, en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 augustus 2022.
De griffier is buiten staat deze
beslissing mede te ondertekenen.