Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van [naam01] van 22 november 2021, met bijlagen I tot en met VI;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis) van [naam03] , met bijlagen 1 tot en met 4;
- de incidentele vordering tot tussenkomst (lees: voeging) van [naam02] , met bijlage VII;
- de conclusie van antwoord in incident van [naam01] ;
- de conclusie van antwoord in incident van [naam03] ;
- het vonnis in incident van 18 maart 2022;
- de conclusie (houdende aanvulling van de grondslag) van eis en antwoord in reconventie van [naam02] , met bijlagen VIII tot en met XI;
- de aanvullende bijlagen XII tot en met XVII van [naam02] voor de mondelinge behandeling;
- de aanvullende bijlage 5 en bijlagen A tot en met C van [naam03] voor de mondelinge behandeling.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
- € 9.488,- aan achterstallige huur tot en met de maand juni 2022, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de maandelijkse huurtermijnen in de periode van april 2021 tot en met juni 2022 vanaf de betaaldata van die termijnen tot de dag van volledige betaling;
- € 745,- aan buitengerechtelijke incassokosten;