Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 26 september 2022, met producties 1 tot en met 6;
- de conclusie van antwoord van 5 oktober 2022, met producties 1 tot en met 6;
- de mondelinge behandeling gehouden op 11 oktober 2022.
Rechtbank Rotterdam
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit twee minderjarige kinderen zijn geboren. De man wilde DNA-onderzoek om zijn vaderschap over het tweede kind vast te stellen. De rechtbank had de vrouw verplicht mee te werken aan het DNA-onderzoek onder dreiging van een dwangsom van €100 per dag vanaf 16 juni 2022.
De vrouw stelde dat zij medewerking had verleend door een afspraak te maken en de test te ondergaan op 21 juli 2022, maar de man stelde dat zij te laat was en dwangsommen had verbeurd. De rechtbank oordeelde dat dwangsommen pas vanaf betekening op 28 juni 2022 konden verbeurd zijn en dat de vrouw uiterlijk 16 juni 2022 actie had moeten ondernemen. Omdat de afspraak pas uiterlijk 29 juni 2022 was gemaakt, was sprake van verbeurde dwangsommen, maar beperkt tot één dag (€100).
De rechtbank schorst de inning van dwangsommen boven €100 en compenseert de proceskosten tussen partijen. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank schorst de inning van dwangsommen boven €100 en compenseert de proceskosten tussen partijen.