ECLI:NL:RBROT:2022:1189
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatie- en drank- en horecavergunning wegens onjuiste informatie op Bibob-formulier en strafbare feiten
Eiser heeft een exploitatievergunning en een Drank- en Horecavergunning aangevraagd voor zijn horecagelegenheid. Verweerder heeft deze vergunningen geweigerd op grond van de Wet Bibob en de Drank- en Horecawet, omdat eiser onjuiste informatie heeft verstrekt op het Bibob-formulier. Het ging om het niet vermelden van twee strafbare feiten: witwassen in 2014 en het niet voldoen aan fiscale administratieve verplichtingen in 2018.
Eiser stelde dat hij niet opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt, omdat hij dacht dat het lange tijdsverloop en een transactie de vermelding overbodig maakten. De rechtbank oordeelde echter dat deze feiten relevant waren en dat eiser had moeten weten dat hij deze moest vermelden. Verweerder had een redelijk vermoeden van valsheid in geschrifte en het oogmerk om te misleiden was aannemelijk.
De rechtbank vond de weigering van de vergunningen evenredig gezien de ernst van de vermoedens en de relatie met de horecagelegenheid. Het belang van het tegengaan van strafbare feiten weegt zwaarder dan het belang van eiser. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de exploitatie- en drank- en horecavergunning is ongegrond verklaard.