ECLI:NL:RBROT:2022:11684
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van dwangverpleging terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde is sinds 2001 onder dwangverpleging geplaatst wegens ernstige delicten waaronder verkrachting en bedreiging. De rechtbank heeft het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van deze maatregel beoordeeld na advies van deskundigen en de reclassering.
De deskundigen en reclassering concluderen dat het nog te vroeg is voor beëindiging, mede vanwege frequente regelovertredingen en een hardnekkige kernproblematiek die het resocialisatietraject bemoeilijkt. De terbeschikkinggestelde vertoont onvoldoende ziekte-inzicht en probleembesef.
De rechtbank acht het recidiverisico, ook al betreft dit mogelijk slechts een beperkte kring zoals de partner, voldoende reden om de dwangverpleging voort te zetten. De samenwerking met de reclassering is nog onvoldoende om het risico te kunnen beheersen.
De rechtbank beveelt aan dat de reclassering voor de volgende verlengingszitting een rapport opstelt over de mogelijkheden en voorwaarden voor terugkeer in de maatschappij. Het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wordt afgewezen vanwege aanhoudend recidiverisico en onvoldoende stabiliteit.