ECLI:NL:RBROT:2022:11593
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke schijn van partijdigheid
In deze bestuursrechtelijke procedure tussen eiser en de heffingsambtenaar van het Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend. De rechter kende eiser uit diverse eerdere contacten, waaronder als uitbater van een sporthal waar zij in de jaren negentig volleybal speelde, als voormalige cliënt uit haar tijd als advocaat en als vader van een klasgenootje van haar zoon. Ook ontmoetten zij elkaar incidenteel en groetten elkaar.
Hoewel de rechter zelf geen subjectieve onpartijdigheidstekortkoming ziet, acht zij de schijn van partijdigheid mogelijk. De rechtbank overweegt dat verschoning dient ter waarborging van onpartijdigheid en dat de rechter geacht wordt onpartijdig te zijn tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De rechtbank concludeert dat de omstandigheden, mede omdat de rechter zelf om verschoning verzocht, een zwaarwegende aanwijzing vormen dat de schijn van partijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Daarom wordt het verzoek tot verschoning toegewezen om het vertrouwen in de onpartijdigheid van de rechter te waarborgen.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens een objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid.