Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2022:11569

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 mei 2022
Publicatiedatum
6 januari 2023
Zaaknummer
637982 / HA RK 22-355
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens vrees vooringenomenheid in nalatenschapszaak

In een civiele procedure betreffende de vereffening van een nalatenschap heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend. Dit verzoek vloeit voort uit de eerdere beschikking waarbij de rechter heeft vastgesteld dat een van de procespartijen ernstig tekort is geschoten in de vereffening van de nalatenschap.

Hoewel de rechter subjectief onpartijdig achtte te kunnen blijven, werd erkend dat bij de betrokken partij de vrees voor een gebrek aan rechterlijke onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is. Dit betreft een uitzonderlijke situatie waarin de rechter zelf het verzoek tot verschoning heeft ingediend om de schijn van partijdigheid te vermijden.

De rechtbank heeft het verzoek tot verschoning toegewezen om de onpartijdigheid van de rechtspraak te waarborgen. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij twee rechters de beschikking ondertekenden in afwezigheid van de voorzitter en oudste rechter.

Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor onpartijdigheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Zaaknummer / rekestnummer : 637982 / HA RK 22-355
Beslissing van 13 mei 2022
op het verzoek van:
mr. C. van Steenderen-Koornneef,
senior rechter in de rechtbank Rotterdam, team kanton 2 (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[naam vereffenaar] ,
in hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [naam erflater] ,
hierna te noemen: [naam vereffenaar] q.q.,
wonende te [woonplaats] ,
eiser in conventie,
verweerder in (voorwaardelijke) reconventie,
advocaat mrs. Chr. Groenewoud en C.J.M. Verheggen te Rotterdam,
tegen

1.[naam gedaagde sub 1] , verder ook [naam gedaagde sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. M.J.P. Schipper te Alkmaar,

2.[naam gedaagde sub 2] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde in conventie,
eiser in (voorwaardelijke) reconventie,
advocaten mr. N.M.A. Deckers en mr. K.G.J. Boddaert te Eindhoven,

3.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam vennootschap] B.V.,
statutair gevestigd te [plaats] , kantoorhoudende te [plaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. B.A.P. Sijben te Helmond,
en
[naam gevoegde partij] ,
wonende te [woonplaats] ,
gevoegde partij aan de zijde van gedaagden,
advocaat mr. J.C.Th. Papeveld, mr. V.J.K. Welten en mr. M. van der Meulen te Waalwijk,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: [naam gedaagde sub 1] c.s.

1.Het procesverloop en de processtukken

Bij deze rechtbank is in behandeling de civielrechtelijke procedure tussen [naam vereffenaar] q.q. als eiser in conventie en verweerder in (voorwaardelijke) reconventie en [naam gedaagde sub 1] c.s. als gedaagde in conventie en – voor zover van toepassing – eiseres in (voorwaardelijke) reconventie. Die procedure heeft als kenmerk C/10/616284 / HA ZA 21-313.
Op 10 mei 2022 heeft de rechter een schriftelijk verzoek tot verschoning gedaan.
Aan de verschoningskamer is ter beschikking gesteld het dossier van de hiervoor omschreven civielrechtelijke procedure.

2.Het verzoek

2.1.
De rechter heeft verzocht zich te mogen verschonen van deelname aan de behandeling door de meervoudige kamer op 19 mei a.s. om 13.00 uur van de hiervoor onder 1. bedoelde civielrechtelijke zaak. Hoewel de rechter zich zeer wel in staat acht de zaak op onpartijdige wijze te behandelen kan zij zich voorstellen dat bij [naam gedaagde sub 1] de vrees is ontstaan dat de rechterlijke onpartijdigheid in objectieve zin schade lijdt, nu de rechter in haar beschikking van 29 oktober 2019 waarbij [naam vereffenaar] q.q. is benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van [naam erflater] onder r.o. 5.6 en 5.8 heeft overwogen dat [naam gedaagde sub 1] in ernstige mate is tekortgeschoten in de vereffening van de nalatenschap. De rechter voelt zich derhalve niet vrij de zaak te behandelen.

3.De beoordeling

3.1.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2.
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig is.
3.3.
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is.
3.4.
De door de rechter aangevoerde omstandigheid, in samenhang met het gegeven dat de rechter daarin aanleiding heeft gevonden zelf een verzoek in te dienen zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.5.
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst toe het verzoek van mr. C. van Steenderen-Koornneef zich in de civielrechtelijke procedure van [naam vereffenaar] q.q. als eiser in conventie en verweerder in (voorwaardelijke) reconventie tegen [naam gedaagde sub 1] c.s. als gedaagden in conventie en – voor zover van toepassing – eisers in (voorwaardelijke) reconventie met kenmerk C/10/616284 / HA ZA 21-313 te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven door mr. K.J. Bezuijen, voorzitter, mr. M.C. Franken en
mr. S.C.C. Hes-Bakkeren, rechters.
Bij afwezigheid van de voorzitter en de oudste rechter is deze beslissing door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren en J.A. Faaij, griffier ondertekend op 13 mei 2022.