ECLI:NL:RBROT:2022:1139

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 januari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
C/10/631762 / JE RK 22-78, C/10/631822 / JE RK 22-90 en C/10/631842 / JE RK 22-93
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en afwijzing verzoek machtiging uithuisplaatsing minderjarige kinderen

De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 januari 2022 de verzoeken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond betreffende twee minderjarige kinderen, geboren in 2005 en 2009. De ondertoezichtstelling van beide kinderen liep af op 12 februari 2022. De GI verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor een jaar.

De oudste woont sinds november 2021 weer thuis bij de moeder en toont positieve ontwikkeling, hoewel er nog zorgen zijn over schoolverzuim en gezondheid. De jongste verblijft tijdelijk bij de oma moederszijde na een niet-passende crisisopvang en wacht op plaatsing in een passend gezinshuis. De moeder gaf aan zich niet gehoord te voelen door de GI en uitte zorgen over de opvoedsituatie.

De kinderrechter concludeerde dat de ontwikkeling van beide kinderen nog ernstig wordt bedreigd en verlengde de ondertoezichtstelling voor een jaar. Omdat de GI het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de jongste introk, wees de rechtbank dit verzoek af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van beide kinderen wordt verlengd voor een jaar en het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/631762 / JE RK 22-78, C/10/631822 / JE RK 22-90 en
C/10/631842 / JE RK 22-93
datum uitspraak: 21 januari 2022

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en afwijzing uithuisplaatsing

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam kind 1],

geboren op [geboortedatum kind 1] 2005 te [geboorteplaats kind 1], hierna te noemen [naam kind 1],

[naam kind 2],

geboren op [geboortedatum kind 2] 2009 te [geboorteplaats kind 2], hierna te noemen [naam kind 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader],

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader]

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 9 januari 2022 en de daaraan
ten grondslag liggende stukken,
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI ten aanzien van [naam kind 2] van 11 januari 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum,
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI ten aanzien van [naam kind 1] van 11 januari 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum
Op 21 januari 2022 heeft de kinderrechter de zaken ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam], die telefonisch is gehoord.
Opgeroepen en niet verschenen is de vader.
[naam kind 1] en [naam kind 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind 1] en [naam kind 2] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind 1] woont bij de moeder. [naam kind 2] verblijft bij de oma moederszijde (mz).
Bij beschikking van 12 februari 2021 zijn [naam kind 1] en [naam kind 2] onder toezicht gesteld tot
12 februari 2022.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 5 oktober 2021 de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 12 december 2021. Deze machtiging is daarna niet verlengd.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 5 oktober 2021 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 2] binnen het netwerk verlengd tot 12 februari 2022.
Op 9 januari 2022 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend voor de duur van vier weken en de beslissing voor het overige aangehouden.

De (aangehouden) verzoeken

Ingeschreven onder zaaknummer C/10/631762 / JE RK 22-78:
De GI heeft (met spoed) verzocht om [naam kind 2] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De periode tot 12 februari 2022 resteert.
Ingeschreven onder zaaknummer C/10/631822 / JE RK 22-90:
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 2] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van een jaar.
Ingeschreven onder zaaknummer C/10/631842 / JE RK 22-93:
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] te verlengen voor de duur van een jaar.

Het standpunt van de GI

De GI heeft de verzoeken ten aanzien van [naam kind 2] als volgt toegelicht. Op 9 januari 2022 is [naam kind 2] bij een crisisopvang geplaatst. [naam kind 2] verbleef op een groep met oudere jongeren. Gelet op de zorgen om de weerbaarheid van [naam kind 2] en de mogelijke beïnvloeding van buitenaf bleek deze plaatsing niet passend. [naam kind 2] verblijft nu bij de oma mz, in afwachting van een plaatsing in een gezinshuis. Dit moet een gezinshuis zijn dat [naam kind 2] de nodige kaders kan bieden op het gebied van social mediagebruik en contact met jongens. Omdat niet duidelijk is op welke termijn [naam kind 2] terecht kan bij een gezinshuis, heeft de GI ter zitting het resterende deel van het (spoed)verzoek en de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar ingetrokken. De GI heeft het verzoek tot ondertoezichtstelling van [naam kind 2] gehandhaafd. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over het contact tussen de moeder en [naam kind 2]. Dit contact heeft een tijd stilgelegen, omdat de moeder de afspraken niet nakwam.
Ten aanzien van [naam kind 1] heeft de GI het volgende naar voren gebracht. [naam kind 1] woont sinds november 2021 weer thuis bij de moeder. Dit gaat nu goed. [naam kind 1] heeft zich aan alle afspraken gehouden en neemt initiatief om haar doelen te bereiken. Er is sprake van enig schoolverzuim, maar dit komt door corona en door nierklachten bij [naam kind 1]. De GI heeft er voldoende vertrouwen in dat [naam kind 1] het contact met School2Care zal voortzetten.

Het standpunt van de moeder

De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij zich niet gehoord voelt door de GI. De jeugdbeschermer heeft onvoldoende aandacht (gehad) voor de hulpvraag van de moeder. De moeder is heel boos geweest vanwege de plaatsing van [naam kind 2] bij de voormalig pleegmoeder. De moeder maakte zich veel zorgen om de opvoedsituatie bij de voormalig pleegmoeder. Zij is blij dat [naam kind 2] nu bij oma mz verblijft. Het is goed dat [naam kind 2] in de gaten wordt gehouden. Volgens de moeder weet [naam kind 2] niet goed hoe zij met haar gevoelens moet omgaan.
Ten aanzien van [naam kind 1] heeft de moeder aangegeven dat het thuis goed gaat met [naam kind 1]. Er is af en toe onenigheid. De moeder hoopt dat [naam kind 1] naar haar luistert en het gezag van de moeder accepteert. Het wijkteam heeft aangegeven dat zij opvoedondersteuning kan bieden. Daarnaast staat de moeder open voor hulp in de huishouding en hulpverlening gericht op de stress die zij ervaart.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind 1] en [naam kind 2] nog ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er zijn zorgen over de ontwikkeling van beide kinderen. [naam kind 1] woont sinds kort weer thuis, nadat zij vijf maanden bij een crisisopvang heeft verbleven. De GI en de moeder hebben ter zitting aangegeven dat [naam kind 1] een positieve ontwikkeling laat zien. De zorgen zijn echter nog niet geheel weggenomen.
[naam kind 2] verblijft sinds 11 januari 2022 bij de oma mz. Zij was twee dagen eerder op een crisisopvang geplaatst, maar die plaatsing bleek bij nader inzien niet passend. Aangezien [naam kind 2] moeite heeft met het maken van weloverwogen keuzes en kwetsbaar is op het gebied van seksualiteit, was zij niet op haar plek in een groep met oudere jongeren. De GI heeft ter zitting aangegeven dat zij op zoek zijn naar een gezinshuis waar [naam kind 2] langdurig kan verblijven en dat aansluit bij de behoeften van [naam kind 2]. Ter overbrugging kan [naam kind 2] tijdelijk bij de oma mz blijven. De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij vertrouwen heeft in de plaatsing van [naam kind 2] bij de oma mz.
De kinderrechter geeft aan de moeder mee dat het (voor de kinderen) belangrijk is dat zij het verleden achter zich kan laten en naar de toekomst wil kijken. Daarbij is het van belang dat de moeder meewerkt aan de hulpverlening. Zeer waarschijnlijk is niet alleen persoonlijke hulpverlening voor de moeder nodig, maar ook hulpverlening op het gebied van opvoedondersteuning en het verbeteren en versterken van het gezinssysteem.
Aangezien [naam kind 1] pas twee maanden weer thuis bij de moeder woont, is het van belang dat een jeugdbeschermer betrokken blijft om een vinger aan de pols te houden. Met betrekking tot [naam kind 1] zal moeten worden bezien of de moeder haar moederrol vorm kan geven, zodat [naam kind 1] zich leeftijdsadequaat kan opstellen en zich verder kan ontwikkelen. Ook de schoolgang van [naam kind 1] dient gemonitord te worden. Daarnaast zijn haar gezondheidsklachten nog een aandachtspunt (ook in relatie tot haar schoolgang).
Voor [naam kind 2] geldt dat haar woonsituatie nog instabiel en onzeker is. Bekeken moet worden waar zij het beste de komende tijd kan verblijven en vervolgens waar haar opgroeiperspectief ligt. Het lukt de moeder niet om dit alleen of zelfstandig te regelen. Ook hiervoor is een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.
Uit voorgaande volgt dat ten aanzien van [naam kind 1] en [naam kind 2] is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] verlengen voor de duur van een jaar.
Nu de GI mondeling ter zitting de verzoeken tot (verlenging van de) machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 2] heeft ingetrokken, kunnen de gronden daarvan niet meer worden onderzocht. De kinderrechter zal daarom (het resterend deel van) de verzoeken ten aanzien van de machtiging tot uithuisplaatsing afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind 1] en [naam kind 2] tot 12 februari 2023;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de verzoeken tot (verlenging van de) machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind 2] af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2022 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M.C. van der Knaap als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 3 februari 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.