ECLI:NL:RBROT:2022:1134
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek maatschappelijke opvang wegens ontbreken doelgroep Wmo 2015
Verzoeker, een persoon zonder vaste woon- of verblijfplaats die in mei 2021 vanuit Colombia naar Nederland is gekomen, heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam een aanvraag gedaan voor maatschappelijke opvang op grond van de Wmo 2015. Deze aanvraag is op 27 januari 2022 afgewezen omdat verzoeker niet voldoet aan de doelgroepcriteria van artikel 1.2.1, aanhef en onder c, Wmo 2015.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op 4 februari 2022 de zaak behandeld waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker zich zelfstandig kan handhaven in de samenleving en dat er geen dringende redenen zijn om maatschappelijke opvang te verlenen. Verzoeker beschikte in Colombia over woonruimte en heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij zijn thuissituatie heeft moeten verlaten vanwege psychische of psychosociale problematiek. De maatschappelijke opvang is niet bedoeld voor huisvestingsproblemen, terwijl verzoeker zelf onderdak heeft geregeld bij verschillende opvanglocaties.
De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit voldoende gemotiveerd is en dat er geen sprake is van een motiveringsgebrek. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker niet tot de doelgroep maatschappelijke opvang behoort.