ECLI:NL:RBROT:2022:113
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking Ziektewet-uitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Eiseres, werkzaam als secretaresse voor 8 uur per week, meldde zich ziek op 16 maart 2020. Verweerder nam op 22 oktober 2020 het primaire besluit dat eiseres geen recht meer heeft op een Ziektewet-uitkering vanaf 23 oktober 2020, gebaseerd op een rapportage van de primaire arts die stelde dat eiseres haar eigen arbeid nog kon verrichten.
Eiseres maakte bezwaar, waarop een verzekeringsarts bezwaar en beroep een nieuw onderzoek verrichtte en eveneens concludeerde dat eiseres haar eigen arbeid kon verrichten. Het bezwaar werd ongegrond verklaard. Eiseres stelde in beroep dat haar gezondheidssituatie, waaronder chronische hyperventilatie, slaapapneu, schildklierklachten en carpaal tunnelsyndroom, haar arbeidsgeschiktheid beperkt.
De rechtbank oordeelt dat de beoordeling plaatsvindt op de datum van het primaire besluit, 23 oktober 2020, en dat klachten en medische omstandigheden die daarna zijn ontstaan niet in aanmerking worden genomen. De verzekeringsarts heeft erkend dat eiseres klachten heeft maar dat deze haar arbeidsgeschiktheid niet uitsluiten. Eiseres heeft geen aanvullende medische gegevens overgelegd die dit tegenspreken.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres vanaf 23 oktober 2020 haar eigen arbeid kan verrichten. Er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard omdat zij vanaf 23 oktober 2020 haar eigen arbeid kan verrichten.