AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens misbruik van recht door rechtbank Rotterdam
Eiser heeft digitaal beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht van 28 februari 2022. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is vanwege misbruik van recht.
De rechtbank baseert haar oordeel op de toepasselijkheid van artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht, waardoor zij zonder zitting uitspraak kon doen. Ter motivering verwijst de rechtbank naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2018:3393) die in hoger beroep is bekrachtigd (ECLI:NL:RVS:2019:1649), waarin soortgelijke omstandigheden van misbruik van recht zijn vastgesteld.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter A.P. Hameete en uitgesproken in het openbaar op 8 december 2022. Partijen zijn schriftelijk geïnformeerd over de uitspraak en de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 22/1032
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2022 in de zaak tussen
[Naam], uit [Plaats], eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht, verweerder
(gemachtigde: G.A. Mulder).
Procesverloop
Eiser heeft digitaal beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 28 februari 2022 (het bestreden besluit).
Overwegingen
1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
2. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht. Ter motivering wijst de rechtbank op de uitspraak met nummer ECLI:NL:RBROT:2018:3393, met bekrachtiging in hoger beroep (ECLI:NL:RVS:2019:1649).
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van L. van Zuijlekom, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2022.
De griffier is verhinderd dezeuitspraak mede te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.